We leven vandaag in moeilijke tijden. Er is zeer veel verwarring over de uitleg van de Bijbel en dit zorgt ervoor dat vele gelovigen niet meer weten naar welke ‘kerk’ of gemeente ze moeten gaan. Ik geloof dat er een duidelijke oorzaak is van de verwarring binnen de christenheid en dat is: men onderscheidt niet meer ten diepste wat het evangelie inhoudt dat specifiek aan Paulus is toevertrouwd. Als we het geestelijk onderscheidingsvermogen ontvangen van de Heilige Geest om het woord van de waarheid hierin ‘recht te snijden’ (zie 2Tim2:15) vult dankbaarheid, vrede, blijdschap en rust onze harten en verdwijnt alle verwarring.

De twaalf apostelen hadden een specifieke bediening vooral onder de Joden. Zij waren ooggetuigen van het leven, sterven en de opstanding van de Heer Jezus (zie Hand1:22; 3:15) en verkondigden aan het Joodse volk dat God Hem tot Heer en tot Christus had gemaakt, deze Jezus, hun Messias die zij hadden gekruisigd (Hand2:36). Zij bleven in hun verbindingen ook Joods. In Hem, de Joodse Man Jezus die zij zelf aan den lijve hadden meegemaakt (zie 1Joh1:1-3) predikten zij bekering en vergeving van zonden, maar zij waren niet geroepen om alle gevolgen van deze kruisdood en opstanding bekend te maken, dit was aan Paulus alleen toevertrouwd. Net zoals God Mozes heeft uitgekozen om de man te zijn die de openbaringen aangaande de wet aan Israël doorgaf, zo koos God Saulus van Tarsus uit (later Paulus) om het geheel van de gezonde leer, het ‘pand’ of de ‘geheimenissen’/’verborgenheden’ door te geven aan de gemeente van God. Dit evangelie van de genade van God (Hand20:24) die de ‘hele raad van God’ (Hand20:27) aan het licht brengt is het ‘evangelie van de Heerlijkheid van Christus’ (2Kor4:4) en heeft niets Joods in zich. Het is volkomen los van het Jodendom, in tegenstelling tot velen vandaag die zeggen; ‘Het evangelie is Joods’ of ‘Jezus was een Jood en dus moeten wij terug naar het Jodendom om Hem te begrijpen’. Paulus, eerst nog de Joodse (!) farizeeër en Schriftgeleerde Saulus van Tarsus, werd door een helder licht omgeven op weg naar Damascus, een heidense stad dus niet in of bij Jeruzalem (Hd9:3). Na drie dagen blind te zijn geweest ‘vielen hem als het ware de schubben van de ogen en kon hij weer zien’ (Hand9:18). Vanaf dat moment bestond het leven en de prediking van Paulus uit deze onafgebroken heerlijkheid van de hemelse mens Christus Jezus en was hij voorgoed (net zoals Christus Zelf na drie dagen in het graf te hebben gelegen) uit de oude schepping verlost wat zijn innerlijke levenssfeer betrof. Alles wat hij nodig had en ontving kwam rechtstreeks uit de hemel. Zijn innerlijke leven was voortdurende heerlijkheid, terwijl zijn uiterlijke leven uit lijden bestond; een schat in een aarden vat (zie 2Kor4:7).

Ik vermag alles door Hem die mij kracht geeft. Filippenzen 4:13

Na deze bekering tot de hemelse Christus gaat Paulus niet te rade bij de twaalf apostelen die hem niets konden meedelen of leren (zie Gal2:6). Hij vertrekt naar Arabië en vervolgens weer naar Damascus (niets Joods ook weer in deze plaatsen Gal1:17). De verheerlijkte Heer verschijnt hem daar (dus niet in Israël) en onderwijst Paulus vanuit de hemel over de volkomen nieuwe sfeer die de nieuwe schepping is (zie Hand26:16). Deze is los van iedere menselijke prestatie (‘buiten de wet om’, Rom3:21) en gefundeerd in dat wat God in Christus op het kruis heeft volbracht. Paulus verkondigt dan ook als eerste dat ‘deze de Zoon van God is’ (Hand9:20) in Hem, deze verheerlijkte mens, die God Zelf is, is de gelovige vereenzelvigd, in Hem gerechtvaardigd, vergeven, geheiligd en ‘aangenaam gemaakt’ (Ef1:6). Het kruis heeft de oude mens uit Adam voorgoed voor Gods heilige aangezicht weggedaan. De verantwoordelijkheid die wij in Adam hadden om gerechtigheid voor God voort te brengen (wat onze gewetens aangeven) konden wij niet dragen, want allen zondigden, Joden én heidenen (Rom3:9,19,23). Daarom is het evangelie dat Paulus brengt dat de mens in zichzelf geen plaats heeft voor God, geen wijsheid, geen kracht en geen werken die Hem kunnen behagen. De gelovige in Christus is daarom tot een nieuwe schepping gemaakt in Christus, hemels van aard en natuur terwijl nieuwe principes en verbindingen hem nu leiden. Niet meer de wet, of het geweten, of menselijke inzettingen, religieuze verplichtingen, feestdagen of rituelen, maar een hemelse Christus is nu zijn leven.

Ik ben met Christus gekruisigd en ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij; en wat ik nu leef in het vlees, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven. Galaten 2:20

God wilde zijn Zoon in Paulus openbaren (Gal1:15). Niet Paulus’ gerechtigheid of wetsbetrachting, maar Christus in Hem is alleen waar God vreugde aan beleeft. Wij moeten dus leren dat wij nooit iets van onszelf hebben wat voor God welbehaaglijk is. De eerste grote les die wij moeten leren (en die bijna nergens meer wordt verkondigd) is dat het menselijke ras een verloren, verdoemd en geruïneerd ras is, onverbeterlijk slecht en volkomen corrupt, onder het eeuwige oordeel blootgesteld aan Gods wraak. Gerechtigheid, heiligheid, heerlijkheid, het is alles Christus die in ons openbaar wordt. Er is geen plaats meer voor zij die uit Adam zijn alsmede voor de oude mens die uit Adam is, niet in de weg van de gerechtigheid, niet in wijsheid, niet in kracht. Alles is van Christus in ons. Mensen zijn vaak tevreden gesteld als zij vrede kennen ten opzichte van hun vergeven zonden in Christus Jezus, maar om volkomen, totaal en onvoorwaardelijk te breken met onszelf, geplant te worden in de hemelse Christus die door zijn Geest in ons woont, om een ander Persoon in ons zijn heerlijkheden te manifesteren is iets heel, heel anders! Daarom is het nodig dat wij vandaag dit evangelie van de heerlijkheid van Christus dat Paulus ons heeft geopenbaard in de veertien brieven (ik reken Hebreeën ook mee) door het geloof eigen maken en ons niet laten meeslepen door hen die ons religieuze verplichtingen willen opleggen. De weg van het geloof is de enige weg.

Gods goede, welbehaaglijke en volmaakte wil (zie Rom12:2) is dat Hij een ander Persoon in ons wil manifesteren, zijn eigen geliefde Zoon, door de Heilige Geest. Hiertoe heeft Hij alle menselijke wijsheid, ideeën, idealen, plannen, werken, goedheid, rituelen, gevoelens aan de kant gezet, zelfs de nieuwe schepping zelf zodat deze niet op de voorgrond treedt, opdat Christus openbaar wordt in ons! Paulus is onze apostel die ons vanuit de hemel rechtstreeks hierover onderwijst. Hiertoe is de brief aan de Romeinen onze gids om te tonen dat onze positie voor God alleen in de opgestane Heer is, de eerste aan de Korinthiërs dat onze wijsheid geen waarde heeft, maar enkel Gods wijsheid (vandaar ook dat theologie en menselijk redeneren over zaken als positie van de vrouw, tongentaal, gaven van genade etc. aantonen dat menselijke wijsheid verwarring geeft), de tweede aan de Korinthiërs dat onze kracht onze zwakheid is en die aan de Galaten dat onze werken via de wet nutteloos zijn.

Daarom deze test als u een spreker, dominee of Bijbelleraar hoort: Is zijn boodschap Paulinisch? Is de focus op de hemelse heerlijkheid of op de aarde (genezing, Israël, Jodendom, eigen unieke talenten etc.). Hoe begaafd iemand ook is in zijn voorkomen, als zijn evangelie niet is naar dat van Paulus, is het niet het evangelie. De valse leraars die de gemeenten in de tijd van Paulus bedreigden, erkenden dat Jezus de Messias was, maar brachten de gelovigen weer onder wettische beginselen. Past u op voor hen die uw verlangen naar heiliging misbruiken door u voor te houden dat u een religieus leven moet leiden, veel moet vasten, de Thora moet onderhouden, aan bepaalde verplichtingen moet voldoen (stille tijd) om te groeien in uw geloof. Past op voor hen die u ‘geestelijke stappen’ naar groei presenteren zoals tongentaal, zondenbelijdenis, totale overgave of het zoeken van de stilte. Al deze zaken zijn ‘werken van de mens’ en hebben met hun schijn van wijsheid een bepaalde aantrekkingskracht voor hen die het evangelie nog niet ten volle kennen, en dienen slechts tot bevrediging van het vlees (Kol2:23). Geen enkele ervaring, hoe gezegend die ook mag zijn, kan het hart wortelen in de hemelse Christus. Alleen de kennis van, en het zekere geloof in het feit dat de gelovige gestorven is en nu met Hem is opgestaan, verenigd met het Hoofd in de hemel, zijn positie in Christus alleen en niet de eigen prestaties, wortelt het hart in een onwrikbare en onwankelbare zekerheid. 

Past u op voor hen die alleen maar zalvende, troostende en strelende woorden voor u hebben en het oordeel over de oude mens verzwijgen, of zij die u regels, (Joodse) inzettingen en verplichtingen opleggen die zo mooi en logisch klinken (want ze halen ze nog uit de Bijbel ook zoals de sabbat), maar luister naar hen die uw harten wegvoeren van uzelf naar de hemelse Heer Jezus, van de aarde naar de hemel. U bent dáár in Hem voor God in de hemelse gewesten gezet (Ef2:6). Hij is uw leven (Kol3:3). U bent gestorven aan alles hier beneden op aarde wat God betreft. Zolang wij nog vertrouwen op onze eigen prestaties, werken en pogingen om God te behagen zullen we altijd falen en innerlijk onrustig blijven. Maar als wij met een onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heer aanschouwen (2Kor3:18), door het geloof zal de vrucht volgen, onopgemerkt en zal deze tot heerlijkheid zijn van de Vader (Joh15:8).