Ik wil aan het begin van dit artikel nadrukkelijk stellen dat ik niet de kant op ga die sommigen wel gaan en dat is dat ze laten doorschemeren dat de brieven van Paulus voor ons belangrijker zijn dan de evangeliën. Christus kennen is het doel van het christendom, en daar zijn de evangeliën onmisbaar voor. Paulus’ uitleg van de gebeurtenissen rondom Jezus’ dood en opstanding zijn zeer belangrijk en vormen de kern van wat de Heilige Geest wil doen, maar laten we ons verre houden van het plaatsen op de tweede rang van de kostbare evangeliën! Wat wel waar is, is dat de apostel Paulus de hoogste openbaring heeft ontvangen aangaande het evangelie. De evangeliën wekken in ons in het algemeen gesproken een diepe liefde op voor Christus, maar Paulus’ onderwijs legt uit waar de kracht te vinden is om Hem daadwerkelijk na te volgen, namelijk in de Verheerlijkte Heer.

We kennen allemaal het woord ‘evangelie’ dat ‘goed nieuws’ betekent. Maar weinigen weten dat er verschillende ‘gradaties’ zijn van dit evangelie of verschilende ‘diepten’. Het is ‘het evangelie van God (Rm1:1)’ maar dit evangelie kent meerdere lagen. De apostel Paulus spreekt namelijk over ‘mijn evangelie’ in Rm16:25. Het is het evangelie van Christus (Fp1:27). Hij noemt dit ook ‘het evangelie van de heerlijkheid van Christus (2Ko4:4)’. Dit verkondiging van dit evangelie was speciaal toevertrouwd aan Paulus. Het betekent dus niet dat er meerder ‘evangelies’ zijn, maar dat het evangelie dat Paulus verkondigde, de complete geopenbaarde waarheid is over het evangelie van de genade van God. Het is het evangelie in zijn meest uitgewerkte vorm. Het is de diepere laag, de uiteindelijke uitwerking van het evangelie. Laat me dit proberen uit te leggen.

Jezus verkondigde het evangelie van het koninkrijk toen Hij hier op aarde was in Palestina. Dit hield in dat Hij de mensen opriep zich te bekeren vanwege de komst van het Messiaanse rijk. Deze boodschap was speciaal voor Israël bestemd, maar de heiden die geloofde mocht ook weten behouden te zijn in deze boodschap. (Zie verder hierover het artikel over tekenen en wonderen.) De twaalf apostelen die alleen getuigen waren van het aardse leven van Jezus (zie Hd1:20-22), werden met deze boodschap uitgestuurd. Deze boodschap sprak voor Handelingen nog niet over het sterven en weer opstaan met Christus, eenvoudigweg omdat Jezus nog niet was verheerlijkt aan de rechterhand van God.

Toen Jezus was gestorven en opgestaan, veranderde de boodschap. Het werd geen andere boodschap, maar een uitgebreidere boodschap. Het bleef hetzelfde evangelie, maar nu met een paar toevoegingen. Men moest zich bekeren op de naam van Jezus omdat in geen andere naam de behoudenis is (Hd4:12). Bovendien, en dat is zeer belangrijk, was het koninkrijk van God in een verborgen vorm aangebroken. De Heer is in de hemel en zijn dienaren zijn op aarde en dienen hem als leerlingen. Vandaag wordt o.a. door Willem Ouweneel beweerd dat we ‘terug moeten keren’ naar de prediking van dit evangelie van het koninkrijk omdat de onderwerping aan Jezus daarin centraal zou staan en niet zozeer de vergeving van zonden. Ik ben het daar niet helemaal mee eens omdat men in Handelingen helemaal niet het ‘evangelie’ van het koninkrijk predikte, maar de verkondiging van het verborgen koninkrijk. In 8:12 staat weliswaar dat Filippus het evangelie ‘aangaande’ het koninkrijk van God’ predikte, maar dat was de boodschap van een verhoogde Heer en een verborgen koninkrijk. Het ‘evangelie van het koninkrijk’ dat de discipelen predikte en Jezus Zelf, was de boodschap dat het zichtbare koninkrijk aanstaande was. Ten tweede is zondenvergeving juist wel een onderdeel van de prediking van het verborgen koninkrijk, blijkens bovenstaand citaat uit Hd4:12.

In het boek Handelingen wordt aanvankelijk nog het koninkrijk aan Israël aangeboden. Ook toen zou Christus zijn teruggekeerd en zijn koninkrijk hebben gesticht als men Hem massaal had aangenomen. Dit zien we in Hd3:19v. Ook blijkt uit het onderwijs van Jezus zelf in Matteüs 13, dat het koninkrijk een andere vorm zou gaan aannemen (zie het artikel ‘Het koninkrijk van God’). Het komende koninkrijk en zijn huidige verborgen vorm blijven dus onderdeel van de verkondiging door de apostelen. Paulus verkondigde deze dingen ook (hoewel er dus nooit staat dat hij het evangelie van het koninkrijk predikte), maar hem is ook nog een ander aspect van het evangelie toevertrouwd, dat van de verhoogde en verheerlijkte Jezus, die zijn lichaam vormt uit Jood en heiden, de gemeente. Hij schrijft hierover in Ef3:1-13.

Paulus leert in Hd28:23 en 31 ook over het koninkrijk van God. Dit is wederom het koninkrijk in zijn verborgen vorm zoals Jezus had aangekondigd in Mt13 (zie vers 11). Later, o.a. in Rom14:17 schrijft hij ook over dit koninkrijk van God. Ook predikte hij over het ‘heil’ of de ‘behoudenis’ dat naar de heidenen was gezonden (Hd28:28). (Hier komt een einde aan de volgorde, dat men eerst naar de synagoge ging en dan pas naar de heidenen.) Dit ‘heil’ is de volledige behoudenis in Christus (zie het artikel: ‘Hoe kom ik in de hemel?’). Dit noemen wij ook wel het ‘evangelie van de genade’. In Hd20:24,25 lezen we dit evangelie gecombineerd met de prediking van het koninkrijk van God:

…en de bediening die ik van de Here Jezus ontvangen heb om het evangelie der genade Gods te betuigen. En nu, zie, ik weet, dat gij allen, onder wie ik rondgereisd heb met de prediking van het koninkrijk, mijn aangezicht niet meer zien zult.

Paulus predikte ‘al de raad Gods’ (vers 27) en dit hield in het evangelie van de behoudenis door het offer van Christus en de prediking van het koninkrijk waarin Hij Heer is. Dit werd altijd gecombineerd door Paulus en de zijnen. Hierin sloot hij precies aan bij de boodschap van de twaalf apostelen. Hij predikte net als zij bekering op de naam van Jezus en kondigde aan dat Christus de Messias is en de Zoon van God. ALS je Jezus aanneemt om behouden te worden van je zonden, dan zul je Hem ook moeten dienen. Dit is ook wat de apostelen leerde. Paulus ontving alleen een diepere dimensie wat aan hem werd toevertrouwd, vandaar dat hij kan spreken over ‘mijn’ evangelie. Nu heeft Paulus een benaming voor ‘zijn’ evangelie en dat lezen we in 2 Korintiërs 4:4:

…zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.

Dit evangelie der heerlijkheid houdt in dat Paulus niet, net zoals de twaalf apostelen, getuige was van het aardse leven van Jezus, maar van zijn verhoogde staat in de troon van de Vader! Christus heeft een heerlijkheid van God ontvangen. Deze heerlijkheid heeft Hij ontvangen omdat Hij op zijn beurt de heerlijkheid van God de Vader heeft geopenbaard (Jh17:4). De boodschap van het koninkrijk is dat Jezus Koning zal zijn en dat de twaalf apostelen met Hem zullen heersen over Israël, maar dit evangelie van de heerlijkheid van Christus is dat zij die zich overgeven aan Christus, dezelfde heerlijkheid als Hem zullen ontvangen (zie 2Ts2:14, 2Tm2:10). Dit is nog niet alles, want deze heerlijkheid is NU al het deel van de gelovigen door het geloof! Dit is de heilige roeping (2Tm1:9) die God voor er een wereld was, voor de tijden van de eeuwen IN ZICHZELF heeft bestemd voor de gemeente. Bovendien staat er geschreven dat zij en met Hem koningen zullen zijn, maar dat zij eerst met Hem moeten lijden. Zij zullen zelfs over engelen oordelen (1Ko6) en een hemels koninkrijk binnengaan (zie 2Tm4:18).

Samengevat: De twaalf (denk aan dit getal wat specifiek met Israël verbonden is, die immers bestaat uit twaalf stammen) apostelen getuigden van het leven, de dood en opstanding van de Here Jezus. Paulus legt de nadruk op de verhoogde Here Jezus en iedereen die met Hem daar verbonden is. De kern van dit evangelie is verwoord door Paulus in Galaten 2:20:

Met Christus ben ik gekruisigd en toch leef ik. Dat is niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in dit vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.

Dit is het evangelie in zijn meest complete vorm zoals dat is geopenbaard aan de gemeente van God in deze tijd (zie voor gedetailleerde beschrijving van het overige ‘nieuwe’ dat aan Paulus is geopenbaard het artikel hieronder ‘Gods geheimenissen bekend gemaakt’). Dit wil trouwens niet zeggen dat Paulus alles was geopenbaard. Delen van het Nieuwe Testament werden na Paulus nog geschreven, denk aan het evangelie van Johannes en de Openbaring. Het wil ook niet zeggen dat Paulus de enige apostel was die dit verkondigde. Efeziërs 3:5 zegt dat de verborgenheid van God over het lichaam van Christus aan de heilige apostelen is geopenbaard. Ik denk dat de twaalf apostelen de waarheid van deze verborgenheid ook kenden. Aan Paulus werd de bijzondere dienst van de verkondiging van deze waarheid aan de gelovigen toevertrouwd. Sommigen geven aan Paulus een soort exclusiviteit, vooral de stroming die vandaag het ultra-dispensationalisme verkondigt, maar daar ga ik niet in mee. Galaten 2:7-9 geeft de indruk dat hetzelfde evangelie door Paulus aan de heidenen, en door Petrus aan de Joden werd verkondigd. Wel denk ik dat Paulus’ prediking een kenmerk had dat hierboven beschreven is, omdat hij getuige was van de verhoogde Heer en van de heerlijkheid die Deze bezit. 

De kern ervan is: Wij leven door het geloof (in wie wij zijn in Christus en wie Hij voor ons is), niet door te zien op de zichtbare dingen. Wij weten gekruisigd te zijn met Christus, wat inhoudt dat wij niets meer verwachten van onze natuurlijke, zondige vlees. Hier schort het helaas aan bij velen vandaag. Men wil vandaag wel de zegeningen van het geloof, maar niet de kosten ervan betalen. Paulus leert ons dat wij een zondige natuur hebben, die in de dood moet worden gehouden door het geloof. We verwachten het niet meer van onszelf omdat wij weten hoe verrot onze eigen natuur is. Wij leven daarom voor de volle 100% uit het vertrouwen in de Zoon van God.

Straks dezelfde heerlijkheid als Jezus heeft, nu het lijden en het volharden (Hd14:22). Straks koningen in het koninkrijk in majesteit, nu dienen in zwakte. Straks een nieuw, verheerlijkt lichaam, nu worstelend met ziekte en zwakte. Straks zie we Jezus, nu vertrouwen we Hem, zonder Hem te zien (1Pt1:8). Straks een volkomen gekend zijn, nu een relatie in geloof, door het Woord en de Geest. Straks een volkomen kennen, nu een zien in een spiegel van raadselen (1Ko13:12) zegt Paulus. De vraag is of hij met dit volmaakte de wederkomst bedoelde. Ik denk het niet, omdat dit volkomen kennen al gelijk na de dood is. Dit volmaakte is de staat van volwassenheid waar hij over schrijft in Ef4:13. Dan is het kennen ‘volwassen’ en niet meer ‘ten dele’ zoals ten tijde van het schrijven aan de Korintiërs, waar er nog geen complete Bijbel was. Paulus’ evangelie is gebasseerd op de verhoogde Christus, waarbij geloof, hoop en liefde de belangrijkste onderdelen zijn!

Helaas is dit evangelie niet meer zo centraal in onze kerken en gemeenten. Men spreekt over het ‘bouwen van Gods koninkrijk’ en het verrichten van wonderen en tekenen terwijl deze dingen te maken hebben, vooral met de boodschap aan Israël!

Men is bezig het gevoelsleven te zoeken en zichzelf centraal te stellen in plaats van Christus. Men wil onder de vloek van de schepping uit en predikt totale gezondheid op geloof. Al deze dingen zijn ons niet gegarandeerd. Wij mogen leven met een houding van: ‘niet mijn wil, maar de uwe geschiedt.’ Doordat er zoveel wordt gepredikt over de zichtbare elementen van het komende koninkrijk, is er veel verwarring ontstaan. Laten we blijven bij het Woord van God en het evangelie dat aan Paulus is toevertrouwd, niet negeren of terzijde schuiven. Leest u maar eens 2 Timoteüs 4:1-7 over deze apostel. Hij had het geloof behouden en zijn wedloop volbracht.

Ondanks zijn vele voorrechten (Hij was in de hemel geweest, 2Ko12, Hij had Jezus ontmoet, Hd9, Hij ontving openbaringen van Jezus, Gl1:12, Hij had mensen genezen en doden opgewekt, Hd19 en 20) was het leven ook voor Paulus er één van geloof. Hij vertelde nooit over deze voorrechten in zijn brieven. Hoe anders is dit vandaag. Men ‘getuigt’ continu over de ervaringen die men met God heeft, in plaats van te roemen in zwakheden. Men stelt zichzelf en zijn ervaringen centraal. Paulus niet. Hij haalt aan het einde van zijn leven als het ware opgelucht adem en zegt: ‘Ik heb het gehaald”. Als dit al voor hem gold, hoeveel temeer voor ons!