Binnen de christenheid vandaag vinden we vele predikers, leraars, evangelisten die allemaal proberen over te brengen wat de Bijbel leert. Helaas zijn er maar weinigen die de sleutel tot alles begrijpen en dat is het kruis.  God heeft op het kruis niet alleen de zonden van de gelovigen op de Heer Jezus gelegd (1Pet2:24) en Hem tot zonde gemaakt (2Kor5:21), maar Hij heeft daar de eerste mens uit Adam voor eeuwig in de dood geplaatst. Pas als de gelovige gaat zien dat zijn eigen leven, dat van Adam komt, volkomen nutteloos is en de dood verdient, kan hij/zij groeien in het leven dat in de Heer Jezus is. No cross for death means no Christ for life. Het kruis is de doodstraf voor onze eigen ik-gerichte natuur, het ‘vlees’ en deze boodschap is zeer pijnlijk voor de mens met zijn zelfvertrouwen, zelfontwikkeling, trots en zelfmedelijden. De oorspronkelijk geschapen mens met zijn emoties, redeneringen, en zijn mogelijkheden staan onder de heerschappij van het vlees en is onverbeterlijk. God heeft maar één oplossing voor deze mens en dat is de dood. Dit wil de mens dan ook niet graag horen. Daarom wordt deze boodschap ook niet veel gebracht maar wordt in plaats daarvan een boodschap gebracht die de oude mens, de mens zoals die van nature is, ‘in het vlees’, probeert te strelen, te verbeteren en te koesteren. Laten we eens kijken naar het onderwijs van de Bijbel over Gods ‘bijl aan de wortel van de bomen’ (Mat3:10), het kruis.

In Gen6:5 lezen we al dat God zag dat ‘de slechtheid van de mens op de aarde groot was en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren’. Daarom heeft God geen programma opgezet om de mens te verbeteren, maar om deze te vervangen door een nieuwe mens. Dit is de nieuwe mens in Christus. De ‘oude mens’, die uit Adam, is op het kruis veroordeeld tot de dood. Eén is daar voor allen gestorven, ‘dus zijn zij allen gestorven’, 2Kor5:14. Het kruis is daarom de sleutel tot alle situaties en tot de hele Bijbel! Wanhoop niet, op dit moment bent u misschien verslagen vanwege uw teleurstellingen in uzelf of vanwege uw omstandigheden, maar het kruis zal u de antwoorden geven. Het eigen ‘ik’ kan nooit het eigen ‘ik’ verslaan, daarom is de weg tot bevrijding het geloof in wat het kruis heeft gedaan, niet onze pogingen om God te dienen. Paulus schrijft:

Maar zo hebt u Christus niet geleerd, waar u Hem immers hebt gehoord en in Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in Jezus is: dat u, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens hebt afgelegd, die ten verderve gaat overeenkomstig zijn bedriegelijke begeerten, en vernieuwd bent in de geest van uw denken, en de nieuwe mens hebt aangedaan, die overeenkomstig God geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid. Ef4:20-24

De volgorde is: eerst de oude mens afleggen, dan de nieuwe mens aandoen. We leggen de oude mens af doordat wij geloven dat deze met Christus is gekruisigd (Rom6:6). We erkennen dat wij daar hadden moeten hangen, vanwege onze eigen natuur die vijandig is naar God toe en door en door ik-gericht. We accepteren door het geloof onze doodstraf als we het kruis zien. Deze is uitgevoerd in Christus. We zijn dus in Hem dood voor de zonde vanwege het feit dat God ons op het kruis met Christus heeft gekruisigd. Wij zijn niet gestorven, ook zijn wij niet dood voor de zonde, maar enkel en alleen in onze identificatie met Hem wat God betreft. Gelooft u dit? Dan zult u ook de werkingen van het vlees, de oude natuur veroordelen en daar niet meer uit leven. Dat is onze dagelijkse keuze, maar keuzes volgen uit geloof. God heeft aan Mozes laten zien dat een ieder die naar de koperen slang keek, bewaard bleef voor de giftige slangen (Num21:9). Waarom wordt het kruis daar door een koperen slang voorgesteld? Omdat dit onze eigen natuur het beste weergeeft: onbetrouwbaar, corrupt, sluw en arglistig (zie Jer17:9). Pas als een gelovige erkent dat zijn eigen natuur zo wordt gezien door de heilige God, is er de sleutel tot verdere groei. Het kruis toont ons dit. Ons geloof in het kruis is krachteloos als wij niet onze eigen natuur in het juiste licht gaan zien: veroordeeld tot de dood. Pas als we deze oude natuur, het vlees op dezelfde manier veroordelen, kan het leven van de nieuwe mens ‘aangedaan’ worden.

Wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren tot het eeuwige leven. Joh12:25

Maar zij die van Christus Jezus zijn, hebben het vlees met de hartstochten en de begeerten gekruisigd. Gal5:24

Vele christelijke werkers zijn tot grote zegen voor anderen, maar als we ze persoonlijk leren kennen, blijkt vaak dat het vreselijk monster van het eigen ‘ik’ niet aan het kruis is genageld. Ze zijn vol van zichzelf. Zelfrechtvaardiging, zelfmedelijden, zelfvertrouwen, trots en zucht naar macht, eer en geld zijn de vreselijke bewijzen hiervan. Ze roemen uiterlijk in het kruis, ze prediken Christus als de gekruisigde voor onze zonden, ze praten over het volbrachte werk op het kruis vol passie, maar het grote geheim, de sleutel tot alles, de innerlijke werking van het kruis, missen ze volledig! Ze vragen zich af waarom ze toch geen overwinning behalen over hun gekwetste trots, hebzucht, eerzucht, gebrek aan empathie en liefde en het niet werkelijk kennen van de ‘rivieren van levend water’. Ah, het geheim is niet ver weg. Ze aanbidden de god van het eigen ‘ik’. Pas als Christus de innerlijke kruisiging uitwerkt dat hun liefde voor zichzelf blootlegt en veroordeelt zal er de vrede zijn die anders zelfs ‘duizend hemelen hen niet zou kunnen geven’ (F.J.Huegel in ‘Kruis van Christus’). Het kruis is de bijl aan de boom van het hele ras uit Adam. God heeft hem en zijn nageslacht op het kruis ‘omgehakt’. Een nieuwe Adam heeft Hij geschapen. Het is de nieuwe mens in Christus, een nieuwe schepping.

Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie het is alles nieuw geworden. 2Kor5:17

Een gelovige die wenst te leven door de Heilige Geest, uit Christus, zal dus eerst de dood over zijn eigen natuur, zijn eigen bronnen moeten erkennen. Dan zal hij/zij vervolgens ook deze bronnen beschouwen als waardeloos en daar niet meer uit leven. Hij/zij zal zich volkomen afhankelijk opstellen van de Heer en alleen nog maar willen leven vanuit de Geest. Als dit niet geleerd wordt in gemeenten, worden gelovigen opgeroepen om van alles ‘voor God’ te doen, maar het is niets anders dan de oude natuur activeren wat tot teleurstelling en mislukking zal leiden. Maar God de Vader is de liefhebbende ‘Landman’ die de wijnstokken snoeit (Joh15:1-2). Hij plaatst de gelovige die Hem wenst te dienen in omstandigheden die ervoor zorgen dat de gelovige ten einde raad zal erkennen dat in hem/haar geen goed woont. Pas als de tarwekorrel in de aarde valt en sterft, draagt zij veel vrucht (Joh12:24). Dat moeilijke huwelijk, die lastige baas, die vervelende lichamelijke handicap, die nare eigenschap, al deze dingen leren ons in de praktijk de verdorven natuur van het eigen ‘ik’ te herkennen.

In alles verdrukt, maar niet benauwd; geen uitweg ziende, maar niet geheel zonder uitweg; vervolgd, maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet omkomend; altijd het sterven van Jezus in het lichaam omdragend, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar wordt. 2Ko4:8-10

Pas als wij dus kiezen door wie wij geregeerd worden, door het eigen ‘ik’ of door Christus, zal het leven van Jezus openbaar worden in onze lichamen. Dit is een levenslang proces. Iedere keer zal de gelovige nieuwe, subtielere uitingen ontdekken van het vlees in zijn leven waarmee zal moeten worden afgerekend. We zullen het vlees ontdekken dat in onze dienst aan de Heer, in ons zelfvertrouwen, eigenliefde, zelfmedelijden, zelfverdediging, zelfrechtvaardiging, roemen in onszelf, trots en zelfingenomenheid. Het vlees is een ‘ik’-specialist. Doordat de Geest ons leert wat het kruis ten diepte is, leren we stap voor stap door Hem te leven. Dit is de sleutel tot alles, een sleutel die niet veel meer wordt gebruikt of onderwezen. Zorg dat u het kruis kent zoals God het kent.

Daarom dan, broeders, zijn wij schuldenaars, niet aan het vlees om naar het vlees te leven; want als u naar het vlees leeft, zult u sterven; maar als u door de Geest de werkingen van het lichaam doodt, zult u leven. Rom8:12-13