Nadat de Heer Jezus Zijn verzoenende werk had volbracht op het kruis van Golgotha beloofde Hij aan een ieder die in Hem zou geloven de Heilige Geest. ‘U zult met de Heilige Geest worden gedoopt, niet vele dagen hierna’ (Hand1:5). De Geest kwam in Hand2 en het gevolg was dat er met grote kracht getuigenis werd gegeven van de opgestane Heer en dat de levens van de eerste gelovigen werden geheiligd (Hand2:42-47; 4:32-35; 5:13). Gemeenten ontstonden en er werden brieven geschreven om de gelovigen de instrueren over het leven in de kracht van de Heilige Geest. Veel van deze brieven hebben wij nu in onze Bijbel om ook ons te leren hoe te ‘wandelen door de Geest’ (Rom8:14; Gal5:24; Ef5:18-21). Het doel hiervan is dat Christus in ons gestalte krijgt en dat Hij wordt gezien in ons (zie hier voor de wil van God voor onze tijd). Maar zoals we in het boek Handelingen zien dat Paulus waarschuwde voor verkeerde invloeden die deze wandel door de Geest zouden belemmeren (Hand20:28-32), zo vinden we ook twee belangrijke waarschuwingen t.o.v. het werk van de Heilige Geest in onze levens.

En bedroeft de Heilige Geest van God niet, met Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing. Ef4:30

Blust de Geest niet uit. 1Thes5:19

Ondanks deze waarschuwingen is de Heilige Geest helaas wel bedroefd en wel uitgeblust in de christenheid. Met ‘bedroeven’ wordt bedoeld het niet oordelen van het vlees en het toelaten van ‘bitterheid, gramschap, toorn, geschreeuw en lastering met alle boosheid’ (Ef4:31). Het ‘uitblussen’ doelt meer op de vrije werking van de Geest in de gemeenten. Door menselijke organisatie, traditie en regels in te voeren en wereldse methoden toe te laten is de Geest uitgeblust en wordt er weinig kracht meer gezien in het getuigenis betreffende de Heer Jezus. Menselijke religie heeft de plaats ingenomen van de vrije werking van Gods Geest. Zoals er vier soorten sprinkhanen worden beschreven in het eerste hoofdstuk van het boek Joël (Jl1:4), die het hele land kaalvraten als een vloek van de HEERE vanwege hun ongehoorzaamheid aan Hem (zie Deut28:42), zo zijn er vandaag ook vier grote invloeden die de Geest hebben uitgeblust en bedroefd. Het zijn:

  1. De wijsbegeerte (Kol2:8). Menselijke, natuurlijke gedachten over de dingen van God, de ‘theologie’. Hierdoor is er vertrouwen gesteld in ‘vlees’ i.p.v. in de Heilige Geest die een ieder wil onderwijzen vanuit de Bijbel. Nu zijn de theologen, gestudeerde dominees en professoren degenen tegen wie ‘het gewone’ volk opkijkt. Dit, terwijl Paulus juist al deze zaken als schade had geacht (Fil3:8).
  2. De tradities van mensen (Kol2:8). Eeuwenoude gewoonten die de plaats innemen van het onderwijs van de Bijbel, zie bijvoorbeeld de kinderdoop, de belijdenisgeschriften, de zondagsheiliging, het kiezen van oudsten via stemming, etc.
  3. De wetten van mensen (Kol2:16). Vaste feestdagen zoals Kerst, Pasen en Pinksteren, de ‘tien geboden’ die op christenen worden gelegd, talloze regels over kleding, eten, drinken, etc.
  4. De ervaringen van mensen (Kol2:18). Zogenaamde visioenen, spreken in een geheime ‘gebedstaal’, zogenaamde genezingen en wonderen, mystieke ervaringen, het creëren van ‘sfeer’ via muziek etc.

Door al deze invloeden, waar Paulus duidelijk voor waarschuwt, toe te laten in onze gemeenten is de Heilige Geest uitgeblust. Hij is het die oudsten aanstelt (Hand20:28), maar mensen kiezen zelf. Hij is het die gaven van genade uitdeelt (1Ko12:11), maar mensen bepalen zelf wie er wat doet in de gemeente. Hij is het die beveelt dat vrouwen geen leiding mogen hebben of mogen spreken in de gemeenten (1Ko14:34; 2Tim2:11-12), maar mensen bepalen via hun theologie dat het toch oké is. Het gevolg is dat al deze ontwikkelingen niet werkelijk geestelijk leven voortbrengen en dus kan het vlees de ruimte krijgen waardoor de Geest ook nog bedroefd wordt. Zie de vele kerkscheuringen, verwarring, ruzies, twisten en lasteringen onder christenen.

Nu wordt dit, gelukkig, door meerdere gelovigen wel opgemerkt (het is bedroevend dat op de jaarlijkse conferentie ‘Opwekking’ niet of amper wordt gesproken over het falen van de gemeente en het oordeel over het vlees) en men spreekt dan over een ‘opwekking’ die er zou moeten komen. Helaas zien we ook hierin weer veel wat niet overeenkomt met de Bijbel. Zo wordt opwekking vaak gezien als een herstel van uiterlijke kracht zoals genezingen, talen, wonderen en profetie of een bijzondere belevenis van ons gevoelsleven. Dit is een grove misvatting die velen heeft misleid. Ware opwekking zit niet in deze uiterlijke zaken, waarvan sommigen wel degelijk voorkwamen toen het fundament van de gemeente werd gelegd (Ef2:20, zie ook hier). De vleselijke gemeente in Korinthe roemde in deze uiterlijke gaven en Paulus corrigeert dit in de hoofdstukken 12-14. Wat is dan wel ware opwekking die past in deze tijd (zie ook mijn eerdere artikel)?

Zodra er een opwekking is die door de Geest van God wordt bewerkt, zal er weer actieve aandacht komen voor het woord van God, maar met de focus op de verheerlijkte Heer Jezus zodat er ware heiliging is. Hij zal het onderwerp zijn van Bijbelstudies, het Voorwerp van aanbidding, de Persoon tot wie de bidstonden zijn gericht en het model voor de levens van de gelovigen. De Heilige Geest is immers gekomen om Hem te verheerlijken (Joh16:14). Aangezien de christenheid van vandaag helemaal is ‘doorzuurd’ met verkeerde leer en menselijke invloeden (zie Mat13:33) komt het aan op de individuele verantwoordelijkheid van de gelovige. Hier zijn de zeven kenmerken van ware opwekking:

  1. Ware bekering en verootmoediging. Zowel Paulus als Timotheüs huilden tranen om de toestand van de gemeenten (2Ko11:28; Fil3:18-19; 2Tim1:3). ‘De priesters treuren, de dienaren van de HEERE’, Jl1:9
  2. Persoonlijke groei in de genade van de Heer Jezus. Zicht op Wie Hij is en de concentratie op Hem alleen. ‘Jij dan, mijn kind, sterk je in de genade die in Christus Jezus is’. 2Tim2:1
  3. De gezonde leer (zie hier) toevertrouwen aan trouwe mensen‘En wat je van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen, die bekwaam zullen zijn ook anderen te leren’. 2Tim2:2
  4. Durven strijden en lijden voor de waarheid. Er zal conflict zijn met andere gelovigen als je voor de waarheid uitkomt. ‘Lijdt mee verdrukking als een goed soldaat van Jezus Christus’. 2Tim2:3. Hiervoor hebben wij niet een geest van bangheid ontvangen, maar van kracht, liefde en bezonnenheid. 2Tim1:7.
  5. Omgang zoeken met christenen die de Heer dienen uit een rein hart. Zij die belijden te geloven maar moreel kwaad of leerstellig kwaad toestaan moeten we mijden, want ‘verkeerde omgang bederft goede zeden’ (1Kor15:33). ‘…jaag naar gerechtigheid, geloof, liefde en vrede met hen die de Heer aanroepen uit een rein hart’. (2Tim2:22).
  6. De leer, het leven en de doelen van Paulus kennen. Dit omvat het oordeel over het vlees, de kracht van het kruis hierin en de hemelse roeping waar de Heer de krachtbron is in de hemel. ‘Maar jij hebt nauwkeurig nagevolgd mijn leer, mijn wijze van doen, mijn bedoeling, mijn geloof, mijn lankmoedigheid, mijn liefde, mijn volharding, mijn lijden’. (2Tim3:10).
  7. Hen weerleggen en vermanen die een andere leer hebben. Dit vergt moed, geduld en liefde terwijl het woord van God ons uitgangspunt is. ‘Predik het woord, wees paraat, gelegen en ongelegen, weerleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en lering’. (2Tim4:2).

Kent u deze opwekking in uw leven? U zult dan te maken krijgen met conflict van de kant van gelovigen maar ook met een grote zegen. Het is hard nodig in onze tijd dat er gelovigen opstaan die aan bovengenoemde zeven kenmerken voldoen en waar de Heer Jezus wordt gezien en geëerd in alles. Jaag naar deze dingen, niet in een geest van bitterheid, beschuldiging en oordeel, maar in een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Onthoud dat deze tekst is geschreven tegen de achtergrond van het verval dat Paulus aan zag komen (2Tm3:1-5; 13) en waar hij Timotheüs op voorbereidt.

Want God heeft ons niet gegeven een geest van bangheid, maar van kracht, liefde en bezonnenheid. 2Tim1:7