Onder de vele misleidingen die we vandaag vinden binnen de evangelische beweging in Nederland, is de ultra-bedelingenleer niet zo heel bekend. Toch vindt deze leer, met diverse variaties, ingang in de levens van vele gelovigen. De gebroeders Slagter zijn al jaren aanhangers van deze leer en hebben ook het Bijbelstudieblad ‘Amen’ uitgegeven. In het kort komt deze leer er op neer dat de gemeente, het lichaam van Christus niet is ontstaan op de Pinksterdag, maar in Handelingen 28:28. Men maakt Paulus erg belangrijk in deze, als degene die dit lichaam is gestart, uiteraard met Christus als Hoofd. Dit terwijl dezelfde Paulus toch overduidelijk ‘de hele raad van God’ aan de gemeente in Efeze bekend had gemaakt in Hand20:24!  Men maakt vervolgens onderscheid tussen de ‘vroege’ en de latere brieven van Paulus (de ‘gevangenisbrieven’). In de vroege brieven zou Paulus nog niet ‘het volle zicht’ hebben gehad op het geheimenis van het lichaam van Christus. Er was eerst een gemeente uit Israël, waarna pas later het lichaam van Christus ontstond. De vroege brieven van Paulus (1 en 2 Thessalonicenzen, 1 en 2 Korinthiërs, Galaten en Romeinen; en volgens sommigen ook: Hebreeën) gaan niet over de gemeente als lichaam van Christus (Dit terwijl Paulus dit zowel in Romeinen 12 als in 1Kor12 duidelijk noemt. Ook zegt hij de diepten van God te kennen in 1Ko2:10, wat duidt op het geheimenis, zie 1Kor2:7). Inzettingen als doop en avondmaal ‘zijn dus niet voor ons’. De latere brieven zouden wel ‘voor ons’ zijn. Daarnaast zijn de brieven van de overige apostelen ook niet voor ons, want die zijn tot de Joden gericht (Jakobus, 1 en 2 Petrus). Er bestaat ook een gematigder versie van deze leer, waarbij men wel avondmaal viert, maar de waterdoop afwijst. Dr H.A. Ironside schreef een boekje over deze materie: ‘De ultrabedelingenleer in het licht van de Bijbel (Uitgeverij Het Zoeklicht)’. Hij concludeert: Ik aarzel niet om te zeggen dat de vruchten ervan boos zijn. Het heeft gezorgd voor een enorme oogst aan ketterijen in de lengte en breedte van dit land en van andere landen, het heeft christenen verdeeld en talloze kerken en gemeenten verwoest, het heeft bij haar vereerders geleid tot zulk een afschuwelijke intellectuele en geestelijke hoogmoed, dat zij met de grootste verachting neerkijken op christenen die hun eigenaardige denkbeelden niet aanvaarden. En in de meeste gevallen waar het getolereerd werd, heeft het de Evangelieverkondiging thuis gesmoord en tweedracht op de zendingsvelden veroorzaakt. Deze zaken verbonden met dit systeem zijn zo waar. Dat ik niet aarzel om te zeggen dat het een absolute satanische perversie van de waarheid is’.

Hieronder een weergave van een mail die ik ontving van een broeder die deze leer aanhangt. Mijn prediking over 1 Petrus werd door deze broeder beantwoord met een mail dat ‘1 Petrus niet voor ons is bedoeld’. Ik heb toen onderstaande antwoorden in het rood toegevoegd aan zijn redeneringen. Ik hoop dat gelovigen die dit lezen afstand nemen van deze verwarrende leer. Het bestrijden ervan is erg gevaarlijk aangezien men zelf in verwarring kan komen. Hier volgt mijn reactie (in het rood) op hetgeen de broeder schreef. Let op hoe het hoofdonderwerp niet de heerlijkheid van de Here Jezus is!:

U begint met de stelling of ik de gedachten zou hebben dat er maar een paar brieven voor ons geschreven zouden zijn, maar dat is natuurlijk niet zo. Ik vind die gedachten ook onjuist. 2 Tim3:16 en 17 leert duidelijk dat ELK van God ingegeven Schriftwoord ook nuttig is om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust. De boodschap van het evangelie kan voor ons gepredikt worden uit de gehele Schrift, alleen moeten we wel onderscheid maken want de Schrift stelt niet alle gelovigen gelijk, er zijn verschillende groepen van gelovigen en er zijn verschillende gemeenten. De Schrift leert niet dat er verschillende gemeenten zijn. Dit is een uitvinding van mensen om hun ingelezen theorie kloppend te maken. Er staat geschreven: één lichaam en één Geest in Ef4:4

Als ik de Bijbel lees stel ik me zelf altijd de vraag: Spreekt dit gedeelte tot gelovigen van het Lichaam van Christus? Ieder gedeelte spreekt tot gelovigen van het lichaam van Christus, dat is nu precies de bedoeling van 2 Tim 3:16 en 17 wat u hierboven citeert. Ook al gaat het over Israël, dan nog is er een geestelijke toepassing op de gemeente. Om welke fase in Gods heilsplan gaat het? Wie is de schrijver? Wanneer is het geschreven? Wanneer een Bijbelboek is geschreven doet in het geheel niet terzake. De Schrift vermeldt het daarom ook meestal niet. Als we zo de Bijbel lezen ontdekken we dat de Here een plan heeft en in Zijn Woord op verschillende wijzen spreekt en ook op verschillende wijzen en tijden gesproken heeft tot Israël, tot de Gemeente en tot heidenen, tot gelovigen en tot ongelovigen. We gaan dan oog krijgen voor de boodschap zoals die in onze tijd gebracht dient te worden. Hebr13 vers 8 zegt wel dat Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is en in eeuwigheid en dat is ook zo, maar Zijn handelen is wel verschillend. Dat is waar, de vraag is alleen welke conclusie wij daaraan verbinden in ons omgaan met de Schrift. U maakt hele delen krachteloos door het op een andere groep te schuiven.

Wie geen onderscheid ziet of wil zien in de brieven van Paulus en die der andere Apostelen en daarbij het lezen van hun brieven geen rekening houdt, zal naar mijn mening nooit komen tot een recht verstaan van de Bijbel. Paulus heeft ons als enige het geheimenis van de gemeente als lichaam ontvouwd, dat klopt. Maar wil dat zeggen dat er niet meer kanten van de waarheid zijn? Volstrekt niet! Hoewel het lichaam van Christus en de kennis van die dingen zeer belangrijk zijn moet men niet in de fout vervallen dat de andere apostelen maar een soort tweederangs brieven geschreven hebben. Jakobus is net zo nodig als de Efezebrief! Beiden voor gelovigen behorend tot het lichaam van Christus, hoewel daar ook Joden toebehoren waar Jakobus aan schreef. U plaatst Paulus op een te hoog voetstuk, waardoor ‘Ik ben van Paulus’ (1Kor1:12) weer actueel is geworden met als gevolg dezelfde verdeeldheid als destijds in Korinthe. De Apostelen zelf hadden dit in ieder geval wel. (lees 2 Pet3:15 en 16). Petrus zegt juist daar: ‘evenals ook in ALLE brieven, waarin hij over DEZE dingen spreekt’. Dus DEZELFDE dingen als waar Petrus over schrijft. Bovendien staat er alle brieven dus niet maar een paar.

Ten tweede zegt u dat er in deze bedeling enkel het Lichaam van Christus is. Klopt!! Ten derde zegt u dat de gemeente vóór Handelingen 10 uit Joden bestond. Ook dat ben ik met u eens, als u tenminste de gemeente van Israël bedoeld en niet het Lichaam van Christus, want naar mijn mening is die van na Hand28. Welke Schriftuurlijk bewijs heeft u hiervoor??? Dit is de kern van de ultra-bedelingenleer. Het feit dat de eerste gelovigen in het boek Handelingen niet ‘het lichaam van Christus’ worden genoemd wil nog niet zeggen dat de zaak zelf niet bestond.

Het boek Handelingen is voor mij de (historische) beschrijving van de onderbreking in de lijn der profetie ten behoeve van het geheimenis. Gods handelen met Israël gaat over in Gods handelen met de Gemeente. De aankondiging en openbaring van het Koninkrijk gaat over in de verborgenheid van het Koninkrijk. De bedeling der wet gaat over in de bedeling van de genade. Het evangelie van het Koninkrijk gaat over in het evangelie der genade. Mee eens tot nu toe.

De regels van het Koninkrijk maken plaats voor de regels van de genade. Petrus, de voorman van de twaalven, maakt plaats voor Paulus, aan wie het geheimenis is geopenbaard. Hier gaat u scheef. Petrus maakt helemaal geen plaats voor Paulus, hij heeft immers nog twee brieven geschreven. Paulus had een bijzondere bediening onder de volken, terwijl hij tot aan Hand28 eerst de Jood dit evangelie van Gods genade bracht. In Handelingen 28:28 is definitief de wissel omgezet. De vraag is welke wissel.

Paulus verklaart aan de Joden als zij voor de zoveelste keer het heil verwerpen: Hetzij u dan bekend dat dit heil Gods aan de heidenen gezonden is en die zullen dan ook horen. U verwart dat hier Paulus bedoelt dat er vanaf toen niet meer EERST naar de Jood werd gegaan zoals gewoonlijk en dan pas naar de heidenen, met het zg. ontstaan van de gemeente. De Joden hadden het evangelie allang verworpen, zo blijkt uit de steniging van Stefanus in Hd7. Nu is er geen onderscheid tussen Joden en heidenen. Alle volkeren gelijk. Uit al die volkeren komen mensen tot geloof en vormen samen het Lichaam van Christus, met Christus als Hoofd. Maar u kunt natuurlijk een andere mening hebben. 1 Petrus 2 vers 9 is voor mij wel degelijk Israël. Zijn zij een volk ten eigendom? Immers nee! Zij zijn ‘niet Gods volk’. Zij worden gebouwd tot een geestelijk huis om een heilig priesterschap te vormen tot het brengen van geestelijke offers, ( 1Petr.2:5) In het vrederijk, maar nu niet. Er staat ‘U echter bent…’ Dat is de gemeente en niet Israël. Er bestaat nu maar 1 volk en dat is de gemeente. Straks is er weer Israël maar nu niet. Nu is er het Israël van God, de gelovige Joden (Gal6). Van de Gemeente wordt niet gezegd dat zij gebouwd wordt tot een geestelijk huis, maar dat zij gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest. (Efe. 2 : 21, 22) Broeder, wat is in hemelsnaam het verschil???? Is een woonstede Gods niet een geestelijk huis? Daar waar de ,,kerk,, jarenlang verweten is dat zij de heilsbeloften voor Israël op zichzelf toepaste(wij zijn het geestelijk Israël) doet men in de ,,evangelische hoek inmiddels niet anders door inzettingen, tekenen en gebruiken binnen het Lichaam van Christus te brengen, die volstrekt niet voor ons bedoeld zijn. Klopt, maar daar gaat 1 Petrus niet over. Als het in 1 Petr. 1:1 gaat over de diaspora moeten we onmiddellijk beseffen dat niet de heidenen of de Gemeente in de diaspora zijn, doch alleen het volk Israël. Vgl. Jac.1:1. Wij zijn niet in de verstrooiing in letterlijke zin, maar toch zeker wel in geestelijke. Bovendien zijn de gelovige Joden wat het vlees betreft nog steeds verstrooid, dus dat is geen argument. Er wordt geschreven aan Joodse mensen in verschillende plaatsen. Klopt, maar Joden die tot het geloof zijn gekomen behoren tot het lichaam van Christus. Petrus spreekt tegen hen over de vaderen. (1Petr. 1:18) (2Petr. 3:4) In 1Petr.1:7, gaat het om de openbare, voor ieder zichtbare, komst van Christus, niet om Zijn verborgen komst voor de Gemeente. Broeder, Paulus spreekt meer over zijn zichtbare komst voor de gemeente dan over de opname, zie 1Kor1:8; Fil1:6,10; 1Tim6:13-14. 2Tim4:1 etc.

Het is de komst als Koning, die Petrus verwacht en verkondigt. (vgl. 2 Petr.1:16,17 en 18) Hij noemt het woord koning nergens. Wanneer Petrus spreekt over de voor ons bestemde genade (1Petr.1:10) kan dat niet om de genade gaan, die voor leden van het Lichaam van Christus bestemd is gaan. (2Timo. 1:9)Daar hadden de profeten immers geen weet van, het was een geheimenis. Efe. 3:1 t/m 13). Dat deze genade een volstrekt andere is als de onze blijkt ook uit 1Petr.4:18: En als de rechtvaardige met moeite behouden wordt, waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen?De woorden uit dit vers zijn geenszins toe te passen op ons, die vanuit de rijkdom van Gods genade behouden zijn geworden. Klopt, maar bent u dan niet ook gerechtvaardigd door het geloof zoals Rom3 en 4 laat zien? Er is meer genade dan alleen maar de hoogste vorm. Bovendien gaat 1Pet4:18 over de verantwoordelijkheid van het huis van God, en wij hebben daarin gefaald. God oordeelt daarover (vs17) door verschillende beproevingen toe te staan, zodat wij allen het einddoel bereiken. Maar dit kost een hoop moeite en zorg. U leest alles in het licht van maar één waarheid, terwijl er vele kanten zijn. U mist zo belangrijke en kostbare gedeelten van Gods Woord. In notabene de brief aan de Kolossenzen zegt Paulus dat zij die tot het lichaam van christus behoren onberispelijk zullen worden gesteld voor God ALS ze de hoop vasthouden (Kol1:23). Wat denkt u van die voorwaarde?

Wanneer deze gelovige Joodse mensen zich als gelovig overblijfsel in de toekomst zullen laten bouwen in dat geestelijk huis, zal eindelijk de opdracht door Israël vervuld kunnen worden. De opdracht die door de Here in Exo19:5 en 6 onder het oude verbond al gegeven is. Petrus laat zien dat onder het nieuwe verbond, Israël aan haar roeping zal kunnen voldoen. 1 Per. 2:9 en 10. De woorden ‘u bent’ duiden op het heden, dus dat klopt niet. Er zit wel degelijk een troost in deze woorden voor het toekomstig overblijfsel uit de Joden, alleen is deze brief voor 100% aan christenen geschreven! Eigenlijk kunnen we niet om de letterlijke/profetische betekenis van deze brieven heen. Ze bepalen ons in de eerste plaats bij de toekomst, vlak voor het moment dat het gelovige overblijfsel de toegang verleend wordt tot het Koninkrijk. (2Petr1:10, 11) Het spijt me broeder, maar daar klopt niets van. Er staat ‘eeuwige koninkrijk’ in 2Pt1:11 dus niet het 1000 jarig koninkrijk de tijd waarin het einde aller dingen nabij gekomen is. 1Petr. 4:7 Nee dat slaat op het heden. Dat moment is nabij als de Here terug komt op aarde.

Het is dan een moeilijke tijd van grote verdrukking waarin de duivel rondgaat als een brullende leeuw,1Petr.5:8, woorden die pas letterlijk vervuld worden als het beest zijn macht ten volle kan openbaren. Lees Openb.12:12. O ja? Kijkt u maar eens om u heen in de gemeenten of de duivel niet rondgaat als een briesende leeuw. Het zijn tegelijk de dagen waarin men uitziet en leeft in de verwachting van de dag des Heren. 2 Petr.3:10. Lees Titus 2:13: waar keek men naar uit? De verschijning van de Heer Jezus. Tot slot zegt u dat ik zou neigen naar het ultra-dispensationalisme. Ik vind het jammer dat u zo smalend over de bedelingen leer spreekt daar de Bijbel zelf. De Statenvertaling spreekt over verschillende bedelingen. Ik spreek slechts smalend over de ultra-bedelingenleer, niet over de bedelingen zelf die ik van harte onderschrijf. Het strekt mij dan ook tot eer aanhanger te zijn van Gods Woord. De bedelingen zijn niet door mensen bedacht maar worden door gelovige Bijbellezers ontdekt. De moeilijkheid zou alleen kunnen zijn, dat uitleggers tot diverse schema’ s gekomen zijn variërend van zes tot soms wel vierentwintig bedelingen en dat kan inderdaad wel wat verwarring geven. Maar dat neemt niet weg dat Gods Woord wel degelijk spreekt over verschillende huishoudingen of bedelingen en dat Gods Woord wel degelijk getuigt van de volvoering van Gods plan in verschillende tijden met verschillende groepen van mensen.De staten vertaling spreekt over bedelingen in: Ef1:10, Efe3:2 en Ko1:25. Heel de Schrift is voor ons tot lering, maar naar mijn mening is alles wat van wezenlijk belang is voor ons als leden van het Lichaam van Christus de Gemeente, met betrekking tot onze positie voor God, onze hemelse wandel, ons leven en onze toekomst, neergelegd in het onderwijs van Paulus en daarom waarschuwt hij ons ook in 2 Tim2 :15 om het Woord der waarheid recht te snijden. Dit onderwijs is primair bedoeld voor deze tijd, waarin de Koning van het koninkrijk verborgen is. Daarom spreekt Paulus nogal exclusief over ,,mijn evangelie,, (2 Timo.2:8) en over de gezonde leer (Titus. 1:9), e.d. Nogmaals betekent dit niet dat wij met de rest van de Bijbel niets van doen hebben. Volstrekt niet!! Het is een lange brief geworden maar ik heb zo goed mogelijk willen proberen uit te leggen wat mijn gedachten zijn en ik hoop ook van harte dat u deze gedachten wilt bestuderen. Ik weet dat ik niet de wijsheid in pacht heb en ben altijd bereid om van anderen te leren.

Ik waardeer uw degelijke kennis van de Schriften en uw verlangen deze te bestuderen. Ik hoop dat er meer van dat soort gelovigen zouden zijn. Ook hoop ik dat u uw gedachten iets bijstelt, want momenteel is niet alles helemaal in evenwicht.

een hartelijke groet,

DJ