Dopen. Wat is dat? Wat zegt de Bijbel hierover? Waarom zijn er zoveel meningen over? Is het echt belangrijk dan? Geloven is toch genoeg? In dit artikel gaan we proberen op deze vragen een antwoord te geven. De doop is een onderwerp wat niet zo gemakkelijk te begrijpen is. Laten we daarom zorgvuldig een aantal Bijbelgedeelten bestuderen.

De Heer Jezus heeft gezegd in Mat.28:19

Gaat dan heen, maakt alle volken tot discipelen, hen dopend tot de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en hen lerend te bewaren alles wat Ik u heb geboden.

We zien hier dat Jezus de doop koppelt aan het worden van een discipel van Hem, en niet aan het wel of niet in de hemel komen. Dit is om te beginnen een belangrijk uitgangspunt. Dopen heeft niets te maken met het eeuwig gered worden of het aanbrengen van welke geestelijke zegen dan ook.

De Bijbel leert dat gelovigen werden opgeroepen om zich direct te laten dopen (Hand.2:38, zie ook 22:16!):

En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Hd2:38

Om een goed beeld te krijgen van de betekenis van de doop moeten we eerst goed kijken over welke doop we het hebben. Er zijn 5 ‘dopen’ in het Nieuwe Testament:

  1. De doop van Johannes. Mark.1:4. Dit is ‘ een doop van bekering tot vergeving van zonden’ vooruitwijzend op de komst van de Messias. Deze doop (ook in water) is niet de christelijke doop, zie Hand.19:2-5.
  2. De ‘doop’ van Jezus Zelf die spreekt van zijn lijden en sterven. Zie Luk.12:50, Mark.10:38: Kunt u (…) met de doop worden gedoopt waarmee Ik word gedoopt? Dit is een figuurlijke doop. De Heer Jezus werd ‘ondergedompeld’ in het lijden op het kruis.
  3. De Geestesdoop, die Jezus zelf beloofd heeft Mat.3:11; Mark.1:8, waardoor een gelovige ‘gedoopt wordt’ door of in de Geest. Dit betekent dat hij/zij wordt toegevoegd tot de gemeente, het lichaam van Christus, zie 1Kor12:13: Immers, wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt. Dit is dus ook niet een doop met water. Als je gaat geloven wordt je ‘ondergedompeld’ in de Geest.
  4. De christelijke waterdoop. Deze doop maakt je één met Hem hier op aarde als een volgeling van een verworpen Heer (zie Mark.16:16 en Rom.6:3 en 4, zie onder).
  5. De vuurdoop waarover Johannes spreekt in Mat.3:11 en Luk.3:16 Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest en met vuur. Deze vuurdoop spreekt van het eeuwige oordeel (zie vers 17 van Luk.3). Dit is dus ook geen doop met water.

Dan komt het woord ‘ dopen’ ook nog voor in Heb.6:2 (de leer over het dopen), maar daar staat letterlijk ‘een leer van reinigingen’. Hier gaat het over de verschillende rituele wassingen in het Oude Testament. Wij gaan het hebben over punt 4; de christelijke doop met water. Hiervan zegt Paulus dat er maar één doop is in Ef.4:5.

In Nederland zijn er grofweg gezien 2 doopopvattingen. Eentje leert dat een kind vlak na de geboorte gedoopt moet worden, zodat het in het verbond van God wordt opgenomen (of in het lichaam van Christus, de gemeente zoals ook sommigen leren). Dit gebeurt dan meestal door het baby’tje te besprenkelen met een beetje water. De andere opvatting leert dat een persoon nadat hij/zij bewust heeft geloofd, gedoopt moet worden om dit geloof te belijden. Dit gebeurt dan door die persoon helemaal onder te dompelen in water. De eerste opvatting vinden we vooral in de traditionele kerken, de tweede vooral in evangelische gemeenten. Beide opvattingen zijn echter niet Bijbels. Waarom niet?

Het woord ‘dopen’ komt van het Griekse ’baptizo’ wat letterlijk ’onderdompelen’ betekent. Dit komt terug in uitdrukkingen als ’ik doop mijn koekje in de thee’ waarbij het koekje wordt ondergedompeld in de thee. Zo wordt een mens ondergedompeld in water bij de doop.

Wat voegt de doop nu toe? Ik laat de kinderdoop hier buiten beschouwing omdat duidelijk is dat nergens in de Bijbel wordt geleerd dat zuigelingen op deze wijze worden opgenomen in het verbond. De Bijbel roept ook niet op zuigelingen og=f jonge kinderen te dopen. Alleen zij die geloven worden gedoopt. Is de doop dan wel een symbolische handeling die toont wat er met iemand innerlijk is gebeurd?

Laten we naar een paar Bijbelse uitspraken kijken over de doop en voorzichtige conclusies trekken:

  1. De doop is het beginvan het worden van een leerling van Jezus (Mat.28:19). Het is dus niet alleen een belijdenis van iets dat al geweest is, maar van een begin van een nieuw leven. Niet het ‘eeuwige leven’ (hoewel dat in veel gevallen wel zo is), maar een nieuw leven op aarde als discipel. Daarom werd de moordenaar aan het kruis niet gedoopt (dat was ook niet mogelijk uiteraard), omdat hij geen weg van navolging meer voor zich had.
  2. De doop heeft dus te maken met (niet persé een innerlijke relatie met Jezus, maar met) een uiterlijke navolgingvan Hem hier op aarde, de plaats waar Hij verworpen werd.

*Want u allen die tot Christus bent gedoopt, hebt Christus aangedaan. Gal.3:27. Hier zien we dat de gelovigen zich, voor de ogen van anderen, koppelden aan een gestorven en opgewekte Christus. Ze ‘bekleedden’ zich uiterlijk als het ware met Hem! Iets heel anders dus dan ‘Doet de Heer Jezus Christus aan’ in Rom.13:14 waar het over een innerlijke zaak gaat. Zoals iemand zich tijdens een trouwplechtigheid uiterlijk verbindt met zijn/haar partner. De plechtigheid veronderstelt echte liefde, maar de getuigen zien dit niet. Ze zien wel de uiterlijke koppeling aan elkaar.

Je wordt niet gedoopt om iets dat je geworden bent, maar om iets dat je door de doop moet worden: een leerling, discipel van Jezus. Gelovigen die niet zijn gedoopt, zijn gezegend met alle geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten (Ef1:3), maar geen ‘officiële’ discipelen hier op aarde. Ze volgen uiteraard de Heer, maar niet formeel wat betreft hun plaats hier beneden.

  1. De doop is een begrafenis met Christus.

*Of weet u niet, dat wij allen die tot Christus Jezus gedoopt zijn, tot zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop tot de dood, opdat, zoals Christus uit de doden is opgewekt door de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen. Rom.6:3,4. De doop en niet het geloof zorgt voor de (symbolische) begrafenis. Leest u a.u.b. wat er staat: met Hem begraven door de doop’. Iemand die niet is gedoopt is dus ook niet met Hem begraven hier op deze aarde. In Kol.2:11 staat: ‘met Hem begraven in de doop’. Weer dezelfde gedachte: iemand wordt met Christus begraven in de doop. Niet een getuigenis dat hij/zij begraven is, wat vaak wordt gedacht. Hoe wordt iemand (symbolisch weliswaar) begraven? In de doop. Dat is wat er staat geschreven.

  1. De doop heeft niets te maken met het wel of niet in de hemel komen, maar wel met de plek op aarde waar de gedoopte:

*Stelling neemt tegen de wereld. Zijn oude manier van leven in die wereld veroordeelt hij omdat hij (symbolisch) het watergraf ingaat met Christus. Hij had in deze wereld niets dan een kruis. Deze wereld heeft Hem verworpen en dus zegt de dopeling als het ware: ‘Ik kies dezelfde kant als mijn Meester, ik wil niet meer bij deze wereld horen. Bovendien bekeer ik mij van mijn associaties met deze wereld en mijn oude gedrag daarin’. Zo moest Paulus zijn zonden (symbolisch) laten afwassen door de doop (Hand.22:16). Veel Bijbelgetrouwe uitleggers lezen eenvoudigweg niet wat daar staat omdat zij er bij voorbaat al vanuit gaan dat ‘zonden afwassen’ altijd alleen maar op grond van geloof gebeurt. Dit klopt als het gaat om onze verhouding tot God, maar bij de doop gaat het om de verhouding met de wereld om ons heen, iets heel anders! Zie verder punt 5.

*Wie gelooft heeft en gedoopt is, zal behouden worden, wie echter niet gelooft, zal veroordeeld worden. Mark.16:16. Alleen geloof is de oorzaak van eeuwige behoudenis, maar doop hoort bij de complete behoudenis: voor de hemel (geloof) en voor de aarde (doop).

*Belijdt dat zijn enige hoop een Mens in de hemel is. Zie onder punt 7.

*Laat u behouden van dit verkeerde geslacht. zij dan die zijn woord aannamen, werden gedoopt. Hand.2:40,41

‘Behouden worden’ betekent in de Bijbel niet altijd ‘in de hemel komen’, maar ook vaak ‘op aarde apart gezet worden van een groep mensen waar het oordeel van God op rust’. Zo werd het volk Israël ‘gedoopt’ in de wolk en in de zee (1 Kor.10:2). Dat betekent niet dat ze dus in de hemel kwamen, maar dat ze apart werden gezet voor God in de woestijn. De zee scheidde hen van Egypte (negatief) en de wolk maakte hen apart gezet voor God (positief). Maar of er daadwerkelijk geloof in hun harten was, dat bepaalde de woestijnreis (Deut.8:3-4). Helaas bleek God in het merendeel van deze ‘gedoopten’ geen welgevallen te hebben (zie 1Kor.10:5). Toch waren zij gescheiden van Egypte wat hun aardse positie betrof.

Zo werden de Israëlieten die gedoopt werden in Handelingen 2 ‘gescheiden’ van hun Joodse volksgenoten die Jezus hadden gekruisigd. God vindt het namelijk belangrijk dat wij ons openlijk afscheiden van kwaad. Wellicht is het dit punt dat zo moeilijk begrepen wordt in evangelische kringen. Dit heeft te maken met het feit dat men gewend is om vrijwel alles onmiddelijk te associëren met wedergeboorteeeuwig leven, het ontvangen van de Heilige Geest etc. Maar is is ook zoiets al een terrein, een gebied op deze aarde waar men gezegend wordt, ongeacht de innerlijke nieuwe geboorte. Dit is het koninkrijk der hemelen. De zaaier strooit het zaad, maar niet ieder zaad draagt vrucht. Toch komt het zaad dat geen vrucht draagt wel kort op.

Men treedt door de doop formeel, symbolisch uit de wereld die de Heer gekruisigd heeft en betreedt een nieuwe plaats, de uiterlijke navolging van een verworpen Heer.         

  1. De doop leidt tot een (symbolische) vergeving.

*Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden…Hand.2:38, zie ook Hand.22:16

De volgorde is bekering – doop – vergeving. Hoe kan dit? Vergeving krijg je toch door geloof, niet door de doop? Geloof is de voorwaarde om vergeven te worden en naar de hemel te gaan, de doop is van betekenis voor onze positie met Christus hier op aarde. Het geloof verbindt mij met een verheerlijkte Jezus in de hemel, de doop verbindt mij met een verworpen en gestorven Jezus op aarde. Ik laat door de doop zien dat ik wil ‘uitstappen’ uit het verkeerde, namelijk de boze mensheid (negatief) en wil horen bij Jezus (positief). Ik stap dus in de ‘plek’ waar vergeving van zonden is. Paulus liet door de doop zijn zonden afwassen (Hand.22:16) omdat hij openlijk zich keerde tegen zijn oude manier van leven. Zijn zonden (o.a. de vervolging van de gemeente) werden door de doop van hem publiekelijk ‘afgewassen’ doordat hij d.m.v. de doop zich identificeerde met Christus en dus zijn oude leven veroordeelde.

Een serieuze Bijbeluitlegger moet concluderen dat in Hand.22:16 stelt dat de zonden worden afgewassen door het doopwater. Hoewel dit een symbolische handeling is komt men toch er niet uit door te zeggen dat dit een beeld is van wat al was gebeurd bij Paulus. De moeilijkheid wordt eenvoudig opgelost als men bedenkt dat zonden afwassen betekent dat iemand hier op aarde stelling neemt tegen zijn vorige leven en in de doop afstand doet van alles wat hij in dit oude leven heeft gedaan.

  1. De doop is een vraag aan God van een zuiver geweten.

*…die destijds ongehoorzaam waren toen de lankmoedigheid van God bleef afwachten in de dagen van Noach, terwijl de ark gereedgemaakt werd waarin weinigen, dat is acht zielen, gered werden door water. Dit behoudt nu ook u: het tegenbeeld de doop, die niet is een afleggen van onreinheid van het vlees, maar een vraag voor God van een goed geweten, door de opstanding van Jezus Christus, 1Pet.3:20, 21. De doop is dus een ‘een vraag VAN (en niet ‘voor’) een goed geweten voor God’.

Ook in deze tekst zien we weer dat de doop redding brengt. Het evangelie gaat er niet alleen over hoe ik in de hemel kom, maar ook hoe ik de aarde doorkom. Als ik mij met Christus verbind door de doop, vraag ik vanwege een goed geweten aan God om mij te behouden van het terrein op aarde waar het oordeel op rust zoals dat ook bij Noach het geval was. Hoewel de Bijbel uitdrukkelijk stelt dat Noch de enige rechtvaardige was in Gods oog, werd toch zijn hele gezin, dat zijn 7 extra personen, bewaard voor het oordeel. Dit betekent niet dat zij ook voor de eeuwigheid waren gered, maar wel wat betreft hun plaats hier op aarde.

  1. De doop is ’tot’ Christus, Hij is de nieuwe levensatmosfeer.

*Opdat (…) zo ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen. Rom.6:4

De dopeling stapt uit het symbolische watergraf een nieuw leven in. Daar geldt alleen nog maar Christus. ‘Want te leven is voor mij Christus’ (Fil.1:21). Hij wil de ‘Heer waardig wandelen’ (Kol.1:10) en acht alle dingen schade (Fil.3:7-8) die niet overeenkomen met Christus. Zijn leven is nu gericht op de verheerlijkte Heer in Wie hij nu al zijn vreugde en doelen vindt. De doelen en vreugden van deze wereld heeft hij achter zich gelaten. Let op dat er niet staat dat de doop met het leven te maken heeft, maar met de dood. Na de doop begint het nieuwe leven op deze aarde als een volgeling van Christus. Na de doop volgt het onderwijs, zie Hand.2:42 en niet andersom; eerst onderwijs en dan dopen. Een niet gedoopte heeft dus niet deze openlijke weg van navolging betreden.

  1. De doop is een individuele zaak, niet een zaak van de gemeente. De Heer gaf ons drie zichtbare tekenen: de doop, de hoofdbedekkingen het avondmaal. Het eerste is iets individueels dat hoort bij verantwoordelijkheid in bekering en navolging hier beneden. Het is voorwaardelijk, want wie tot het einde toe volhardt, zal behouden worden. Het tweede is een teken voor de engelen. Het derde is iets van het collectief, en duidt op onvoorwaardelijke genade. Het is één brood, dus één lichaam (1Kor.10:17) dat is verbonden met een Mens in de hemel. In de Bijbel werd iedereen gedoopt op grond van geloof. Dit geloof bleek soms niet echt te zijn (Hand.8:13, zie vs21), maar dat neemt niet weg dat de doop van Simon de tovenaar gerechtvaardigd was. Hij nam het woord aan (hetzij uiterlijk, maar daar kunnen wij niet over oordelen) en werd vervolgens gedoopt.

Iedereen die dus het woord gelooft aangaande de Here Jezus, erkent dat hij/zij een zondaar is die door het offerwerk van Christus is vergeven en zich bekeert, moet gelijk worden gedoopt. De leeftijd daarvoor is vanaf het besef van deze dingen. Niet eerst onderwijs om uit te vinden of iemand een echt geloof heeft, maar dopen op grond van iemands openlijke keuze voor de Heer. Nogmaals: Werkelijk levend geloof is iets voor de hemel en de eeuwigheid, belijdenis en bekering voor hier beneden in de weg van navolging. Op die weg zijn nu eenmaal ware en onechte discipelen (zie Mat.13: allerlei soorten zaad dat geen vrucht geeft, onkruid tussen de tarwe, verkeerde vissen tussen de goede etc.) maar dat is geen zaak van de doop. Allen worden gedoopt op grond van hun belijdenis.

 Wat laat je samengevat aan mensen zien als je gedoopt wordt?

 *Ik ben van nature een zondaar.

*Ik bevind mij in een wereld die onder het oordeel van God ligt.

*Ik hoorde ook bij die wereld door mijn leven.

*Ik wil breken met die wereld en met dat leven.

*Ik besef dat alleen de dood die breuk tot stand kan brengen.

*Ik ben daarom alleen veilig in de dood van Jezus.

*Ik laat mij vrijwillig in zijn dood begraven.

*Ik begin daarmee een nieuw leven.

*Ik kies voor de kant van Jezus.

*Hij is vanaf nu mijn Heer.

In de Bijbel werden mensen snel na hun geloofskeuze gedoopt. Ze wilden geen seconde langer horen bij de ‘mensen van de wereld’.

 En hij bracht hen naar buiten en zei: Heren, wat moet ik doen om behouden te worden? En zij zeiden: Geloof in de Heer Jezus en u zult behouden worden, u en uw huis. En zij spraken het woord van de Heer tot hem, met allen die in zijn huis waren. En hij nam hen bij zich in dat uur van de nacht, waste hun striemen af en werd onmiddellijk gedoopt, hij en al de zijnen. Hand.16:30-33

Het geloof bepaalt je eeuwige bestemming en je verhouding tot God, de doop bepaalt je plek op aarde en je verhouding tot de wereld om je heen.

Als je nu als kind al gedoopt bent, moet je je dan laten overdopen, is die doop dan ‘niet goed‘? In het licht van het bovenstaande acht ik het juist om voor Gods aangezicht de doop te laten ondergaan zoals beschreven.

Nog een kort woord tenslotte over de gevallen in het boek Handelingen waar huisgenoten werden ‘meegedoopt’. In het geval van Lydia lezen we niet dat haar huis ook geloofde (Hand.16:15). Er staat niet bij of er kinderen bij waren, dus dat mogen we niet beweren of ontkennen, we weten het niet. Hetzelfde geldt voor het huis van de gevangenbewaarder in Hand.16. In Hand.18:8 staat dat Crispus ‘geloofde in de Heer met heel zijn huis’. Vaak wordt het huis van iemand genoemd die wordt gedoopt of ook gelooft. Dat geloof en bekering, wel of niet echt (dat weten wij namelijk niet altijd) voorafgaat aan de doop in de Bijbel, daar twijfel ik niet aan.