Identiteit zegt iets over wie wij zijn. Ten diepste is de vraag die ons allen bezighoudt; wie ben ik? Het antwoord hierop bepaalt ons denken. Ons denken bepaalt weer ons handelen en ons handelen bepaalt ons leven. Het begint dus allemaal met de identiteit. Ieder mens hunkert naar erkenning en liefde. God is de bron van beiden. Hij houdt van de mens en zodra een mens zich tot Hem bekeert, kan de waarheid in diens ziel stromen dat hij/zij geliefd is op een onvoorstelbare manier. Dit zorgt voor een innerlijk genezingsproces. In dit artikel wil ik mensen wijzen op de stappen om te komen tot de kostbare ontdekking van onze identiteit in God.

Eerst moeten we weten wie we zijn in Christus (zitten), daarna leven overeenkomstig wie we zijn (wandelen). Wie zijn we in Christus en wat betekenen we nu voor de Vader? Wie ZIJN wij?

Laten we eens aan de hand van Efeze1:4-14 kijken wat onze identiteit is, zodra we Jezus hebben aangenomen als onze Redder en Verlosser.

1. In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor Hem heilig en zuiver te zijn (vs4).

God heeft ons uitverkoren, de Vader heeft ons tot zoonschap bestemd (vs5). Voordat er een wereld was, nam God zich voor ons uit te verkiezen in Christus. Niet omdat wij dat verdienden, maar vanwege de waardigheid van Christus. God heeft ons uitgekozen om in ons zijn eigen natuur te weerspiegelen: heiligheid en liefde. Dit gebeurt zodra een mens tot een nieuwe schepping wordt en Christus in hem/haar verheerlijkt wordt.

Eigenlijk was dit ook het plan van God met Adam. Ook hij had (samen met Eva) de heerlijkheid van God moeten weerspiegelen (Gen1:26,27). De zonde vernietigde dit plan, maar toch zal God tot zijn doel komen met de mensheid.

2. De Vader heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden. (ons te voren ertoe bestemd om als zonen te worden aangenomen door Jezus Christus naar het welbehagen van zijn wil NBG)(vs5).

Alleen heilige mensen is mooi, maar het zegt nog niet zoveel over het hart van God; zijn Vaderhart.

Het was de wil van de Vader om zonen (en dochters) in zijn nabijheid te hebben, waarmee Hij een intieme relatie zou hebben. Uitverkiezing is om iets te worden, voorbestemming om iets te zijn. God wil ons niet alleen alles geven, maar ook heel graag (naar zijn wil en verlangen) een relatie met ons aangaan. Het gaat hier niet om onze behoeften, maar om de verlangens van Gods eigen hart. Alleen met volwassen zonen kan God delen wat er in zijn hart is. Hij wil dat jij een zoon of een dochter van Hem wordt!

Jezus heeft de persoon van de Vader geopenbaard aan mensen. Het eeuwige leven is volgens Johannes (17:3) dat gelovigen God kennen zoals Jezus Christus Hem al van eeuwigheid af kende: als Vader; en dat gelovigen Jezus Christus leren kennen zoals de Vader Hem al van eeuwigheid kende: als Zoon. Wij worden ingevoerd in deze eeuwige relatie, en zijn het voorwerp van dezelfde liefde die er binnen deze relatie van eeuwigheid af al is en zal zijn. Stelt je dat eens voor: Jij wordt net zo geliefd als dat de Vader de Zoon liefheeft en de Zoon de Vader!

Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader Mij heeft liefgehad. Johannes 15:9

Want de Vader zelf heeft jullie lief. Johannes 16:27

Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal Ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u Mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen. Johannes17:26

3. Tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon (Tot lof van de heerlijkheid van zijn genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de geliefde NBG(vs6).

Gods genade wordt uitermate zichtbaar in hoe Hij ons tegemoet treedt. In de geliefde (dat is Jezus) zijn wij ook geliefd. We zijn in de Geliefde aangenaam voor Gods aangezicht gemaakt. Dat betekent dat wij voor God rein, heilig, zuiver zijn. Wat een genade; wij zullen God voor eeuwig lof brengen. Waar kwamen wij vandaan? Uit de dood die de zonde brengt. Zoals God naar Jezus keek, zo kijkt Hij naar ons. Hij heeft in ons welbehagen, vreugde!

4. In Hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade (vs7).

Wat God wild doen met ons, namelijk op Jezus laten lijken, is naar de heerlijkheid van zijn genade. Dat Hij daarvoor eerst arme zondaars moest bevrijden, is naar de rijkdom van zijn genade. In Christus bezitten wij de verlossing door de kracht van zijn bloed. Verlossing is een voorrecht om uit iets te stappen, vergeving een voorrecht om iets kwijt te raken. Het gaat hier niet om ons, maar om de Rijke Losser. Hij kocht ons, ondanks onze vele overtredingen, vrij. Vergeving brengt ons aan het hart van de Vader, rechtvaardiging voor een rechtvaardige God.

5. Die God ons in overvloed heeft geschonken(vs8).

De genade van God vloeit zelfs over naar ons! We worden niet alleen gered van de zonden (negatief), maar ook aan het hart van God gebracht (positief).

6. Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld: (vs9).

Naast de verlossing, die voortvloeit uit de genade van God, heeft Hij nog veel meer gedaan. Hij heeft ons inzicht gegeven in zijn verdere plannen en ons daarin zelfs een deel gegeven! We hadden al heel veel ontvangen; dicht aan het hart van de Vader. Maar nu neemt God ons in vertrouwen en vertelt ons een ‘geheimenis’, iets wat nog niemand had begrepen in alle tijden. God had dat ons niet hoeven meedelen, maar heeft dat toch gedaan. Hij heeft namelijk iets heel bijzonders op het ook met betrekking tot Christus. Het is een vreugde voor het hart van God om ons in vertrouwen iets nieuws mee te delen (zie ook Jh15:15).

7. Zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus(vs10).

Het was Gods welbehagen om alles onder de heerschappij te brengen. In Christus erven wij daarin mee, want wij zijn zijn lichaam! Een wereld die volkomen in harmonie is met Gods verlangens, kan geen ander Hoofd hebben dan deze unieke persoon: Jezus Christus. Dat niet alleen; een gezelschap mensen zal delen in deze positie; de gemeente.

8. In Hem heeft God, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld (vs11).

In Christus zijn we erfgenamen geworden van dit geheimenis; ook wij zullen met Hem boven alles gesteld worden. Dat God een mens boven alles op aarde en in de hemel zou zetten, was in het OT onbekend. Dat Hij ook nog een groep mensen in die positie met die mens zou verbinden, was helemaal een verborgenheid. God maakt ons zo tot een monument van zijn heerlijkheid. DAT was het voornemen van zijn wil. Zo belangrijk vindt God jou dat Hij jou de hoogste plaats wil geven samen met Jezus.

9. Om vanaf het begin onze hoop te vestigen op Christus, tot eer van Gods grootheid (vs12).

Er zal in de eeuwigheid een groep mensen zijn die tot eer zijn van de grootheid van God omdat iedereen kan zien wat zij zijn geworden: één met Christus boven alle dingen. Nu al vertrouwen wij op Christus omdat Hij nu al ons leven is (Ko3:4). Nu al zijn wij verbonden met Christus en kunnen we niet anders dan onze hoop op Hem bouwen.

10. In Hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in Hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is (vs13).

Wij zijn nu al, doordat wij het evangelie hebben geloofd, in Christus. Wij zijn gestempeld met de heilige Geest. Hij is het eigendomszegel op ons leven; wij behoren aan God toe! Hij heeft grote plannen met ons en ons daar nu al voor verzegeld.

11. Als voorschot op onze erfenis, opdat allen die Hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid.(vs14).

In de aanwezigheid van de Heilige Geest is de belofte voor de toekomst vervat, vandaar ‘Geest der belofte NBG’. Hij is ons ‘voorschot’ daardoor. God heeft ons als ‘aanbetaling’ voor wat er in de toekomst gaat gebeuren, nu al de Geest gegeven, die ons in de atmosfeer brengt van dat toekomstige rijk. Bovendien is het voorschot tot lossing van het volk; dat is dat wij als volk ooit helemaal verlost worden en de erfenis in ontvangst zullen nemen, maar nu al de Geest als voorproefje hebben ontvangen. Al deze plannen van God worden, zo zeker als de Heilige geest nu in ons woont, later aan ons gedaan. Dit zal zijn om de heerlijkheid van God te openbaren tot in alle eeuwigheden!

Al deze heerlijke zegeningen en voorrechten moeten door verlichte ogen van ons hart in ons gaan leven. Paulus bidt daarvoor vanaf vers15. We moeten onszelf gaan zien zoals God ons ziet. Dit is alleen mogelijk als deze waarheden in ons hart gaan landen door de Heilige Geest. Het is niet intellectueel te ‘pakken’, maar slechts geestelijk!

Het doel is dat Gods genade zichtbaar wordt in ons! (zie ook 2Ts1:10) Daarom moeten we eerst weten wie we zijn! Wij zijn behouden door zijn genade, ons geloof is uit zijn genade. Alles wat in en aan ons gebeuren zal ia allemaal genade; we hadden er niets aan verdiend! Zo wordt zichtbaar welke diepe gronden God heeft in Zichzelf, hoe genadig, liefdevol, wijs en vol goedertierenheid Hij is en hoe bijzonder wij zijn in zijn ogen!