Het derde hoofdstuk van de brief aan de Filippenzen toont ons het ware geheim van het leven van Paulus. Het zou ook dat van ons leven moeten zijn. Hij stelt zich in dit gedeelte voor, niet als een apostel, maar als een christen zoals wij. ‘Weest samen mijn navolgers broeders’, schrijft hij in Fil.3:17. Het is daarom belangrijk goed te bestuderen wat Paulus hier schrijft over zijn eigen leven opdat wij ook met diezelfde instelling leven. Het grote geheim van Paulus’ leven was: hij was volkomen in beslag genomen door één zaak, één doel waarvan uit al zijn motieven en daden vorm kregen.

…maar één ding doe ik: terwijl ik vergeet wat achter is en mij uitstrek naar wat voor is, jaag ik in de richting van het doel naar de prijs van de hemelse roeping van God in Christus Jezus. Fil.3:14

Paulus leefde met dit ene doel voor ogen: de prijs van de hemelse roeping in Christus Jezus. Hiervoor had Christus hem zelf ook gegrepen (vs12). Zo leefde Paulus in gemeenschap met de Heer, samen uitkijkend en verlangend naar het einddoel. Dit doel vinden we in vs11: ‘om hoe dan ook te komen tot de opstanding uit de doden’. Dat zal het moment zijn dat Paulus naar geest, ziel en lichaam volkomen gelijkvormig zal zijn aan de Heer Jezus. Dit geldt voor alle gelovigen, hoewel velen zich er helaas niet bewust van zijn.

Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten, die het lichaam van onze vernedering zal veranderen tot gelijkvormigheid aan het lichaam van zijn heerlijkheid, naar de werking van de macht die Hij heeft om ook alles aan Zich te onderwerpen. Fil.3:20-21

God heeft dit doel met zijn gemeente, de gelovigen, al van voor de grondlegging van de wereld voor ogen. Allen zullen als Christus ‘rein en onberispelijk voor Hem in liefde’ zijn (Ef.1:4). De eerste mens Adam zal worden vervangen door de tweede mens. Gelovigen zullen allemaal dit hemelse beeld van de Zoon weerspiegelen (Rom.8:29).

De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. Zoals de stoffelijke is, zo zijn ook de stoffelijken; en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelsen. En zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen. 1Kor.15:47-49

Paulus was er helemaal van doordrongen dat hij nu als een nieuwe schepping (2Kor.5:17) een ‘hemelse’ was geworden en dat zijn burgerschap in de hemelen was (Fil.3:20). Dit is het grote einddoel dat God heeft met zijn gemeente. Paulus was volkomen vervuld met dit hemelse einddoel, de prijs die hem te wachten stond aan het einde van zijn ‘wedloop’, gelijk te zijn aan zijn Heer. Wij weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen zijn, 1Jh3:2. Dit vuurde hem aan om alles in zijn leven in het teken te stellen van deze ‘gelukkige hoop’ (Tit.2:13).

Hij was tot de conclusie gekomen dat zijn leven in het Jodendom, waarin hij ‘meer toenam dan ‘vele leeftijdgenoten’ en een ‘groter ijveraar was voor de overleveringen’ (Gal.1:14) hem geen enkel zicht op Christus hadden gegeven. Het had hem zelfs tot een vervolger en verwoester van de gemeente gemaakt. Toen hij de Heer had ontmoet en het licht van de heerlijkheid van God zijn hart had verlicht (2Kor.4:6) werd het voor hem duidelijk dat alles wat hem winst was in het Jodendom nu als vuilnis voor hem was. Het zou hem alleen maar van Christus weghouden. Hij had ook die schade ‘geleden’, want vervolging van de kant van de Joden was zijn deel geworden.

Maar wat winst voor mij was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. Jazeker, ik acht ook alles schade te zijn om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heer, om Wie ik de schade van alles heb geleden en het als vuilnis acht, opdat ik Christus mag winnen. Fil.3:7-8

De Heer Jezus leren kennen was nu zijn enige prioriteit geworden. Dat het lijden erbij hoorde was voor Paulus alleen maar winst. ‘De gemeenschap aan zijn lijden’ was voor hem een eer, vs10. Alles om maar op zijn Heer te lijken. Hiervoor jaagde hij naar dit ene doel, straks als hij bij Hem zou zijn al zoveel mogelijk op gelijkvormig aan Hem te worden in dit leven. Hij haast zich om te zeggen: ‘niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben’, vs12. Hij besefte zich dat dit doel op aarde niet ten volle kon worden bereikt, hoewel hij ernaar jaagde.

Helaas is het grote thema ‘lijden’ in onze tijd bijna verdwenen in kerken en gemeenten. Men wil een ‘succesvol’ leven, ’tot zijn/haar bestemming komen’, etc. Ik las dit op een website van een evangelische gemeente bij ons in de buurt over een cursus ‘kleur je toekomst’:

‘Deze cursus is voor iedereen die wil investeren in persoonlijke groei en op zoek is naar balans en richting. Of je nu een carrièreswitch overweegt, vastloopt, of gewoon meer uit je leven wilt halen.’

Paulus wilde niet ‘meer uit het leven halen’. Het zijn de ‘dingen die beneden zijn’ (Kol.3:1). Het hart van Paulus was bij de dingen van boven, waar Christus is, de verheerlijkte mens aan de rechterhand van God (Kol.3:1-3). Hiervoor verdroeg hij lijden en verblijdde zich er in. Dit is de ‘kracht van zijn opstanding’, het terrein van de hemel, vs10. De dingen op de aarde staan alleen maar in de weg om dit doel te behalen. ‘Laten ook wij alle last en de zonde die ons licht omstrikt, afleggen en met volharding de wedloop lopen die vóór ons ligt’, Heb.12:1.

Paulus roept ons op om zó gezind te zijn, deze houding te hebben (vs15). Veel christenen kennen deze houding van dit ene najagen helaas niet, het zijn er maar weinig. De meesten zijn niet bekend met de hemelse roeping van God, of op dit terrein misleid, waardoor ze voornamelijk bezig zijn met de dingen van de aarde. Valse leraars houden hen weg van de hemel door ervaringen (genezing, tongentaal, oefenen in profeteren, stem van God verstaan, etc.) voor te spiegelen. De verheerlijkte Christus heeft hun harten daardoor nog niet volledig in beslag kunnen nemen. Gelukkig zijn er onder hen die dit ‘jagen’ wel zouden willen (maar dit nog niet ontdekt hebben), vandaar dat Paulus schrijft: ‘en als u anders gezind bent, God zal u ook dat openbaren’, vs15b. Een grote groep valt echter onder de categorie waarover Paulus in vs. 18 en 19 schrijft:

Want velen wandelen, van wie ik u dikwijls heb gezegd en nu ook wenend zeg, dat zij de vijanden van het kruis van Christus zijn; hun einde is het verderf, hun God is de buik en hun heerlijkheid is in hun schande; zij bedenken de aardse dingen.

‘Vijanden van het kruis’ wil zeggen: niet erkennen dat het oordeel over hen en over deze hele oude schepping is uitgesproken op Golgotha. Zij zoeken liever het genot van deze wereld. Onder welk van de twee soorten ‘christenen’ schaart u zichzelf?