Omdat er verschillende verkeerde gedachten circuleren over wat de Bijbel leert over de verzoening met God, wil ik daar in dit artikel wat dieper op ingaan. Afgelopen tijd werd ik een aantal keer geconfronteerd met afwijkende gedachten over wat verzoening nu werkelijk is. Op de website van de Christengemeente Werkendam las ik bijvoorbeeld:
‘Christus heeft de Gods vijandige wereld met God verzoend door Zijn offer aan het kruis. God rekent de zonde daarom niet toe aan deze wereld. Dat is het Evangelie wat Paulus in opdracht van Christus aan ons heidenen heeft verkondigd.’
Ook las ik daar deze on-Bijbelse gedachte:
‘Jezus Christus heeft de zonde van de gehele wereld weggedragen.’
Ook vermeldt één van hun video’s op YouTube dat ‘alle mensen zijn vrijgesproken’. Toen ik laatst een gesprek voerde met een aanhanger van de zeer schadelijke ‘ultra-bedelingenleer’, kwam ook deze verkeerde gedachte naar boven. Deze man beweerde dat uiteindelijk alle mensen behouden zullen worden. Toen ik vroeg waarom Paulus dan schreef: ‘Laat u met God verzoenen’ (2Kor.5:20b), antwoordde hij dat er eindelijk zou moeten staan: ‘weet dat u verzoend bent’.
De tekst waar men vaak mee komt om te ‘bewijzen’ dat de hele wereld nu al is verzoend met God is 2Kor.5:18-19. We lezen daar:
En alles is uit God, die ons met Zichzelf heeft verzoend door Christus en ons de bediening van de verzoening heeft gegeven, namelijk dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenend was, terwijl Hij hun overtredingen hun niet toerekende en in ons het woord van de verzoening legde.
Paulus schrijft hier dat God hem en zijn medewerkers ‘de bediening van de verzoening’ heeft gegeven. Deze bediening is echter niet om de mensen te vertellen dat zij al verzoend zijn en dat zij dit ‘alleen nog maar hoeven aan te nemen’, maar dat zij juist nog niet verzoend zijn totdat zij zich bekeren. ‘Laat u met God verzoenen’ (2Ko5:20) is dan ook de indringende boodschap, omdat men dit van nature namelijk nog niet is. Paulus schrijft dit bovendien in het licht van de Heer die te vrezen is, vs11. In Christus heeft God de mogelijkheid tot verzoening met Hemzelf bewerkt, mogelijk gemaakt. Dat is de betekenis van vs19. God was in Christus de wereld ‘met Zichzelf verzoenend’, een voortgaand proces, niet een afgerond feit. Toen de Heer Jezus aan het kruis hing was dit de uitgestoken hand van God naar een verloren wereld.
Paulus schrijft ook dat hijzelf met God was verzoend. Het is goed eens de twee verschillende Griekse begrippen voor ‘verzoening’ te bekijken die de Bijbel gebruikt.
- Het eerste begrip is hilasmos. In het Engels is dit ‘propitiation’. Dit woord (afgeleid van hileos, dat ‘barmhartig’ ‘goedgunstig’ betekent) wil zeggen dat verzoenen een gunstig stemmen is van God t.o.v. het zondeprobleem. Vanwege het werk van Christus op het kruis is God goedgunstig ten opzichte van de zondaar. De zonden van de gelovige zijn verzoend. Zie in dit verband ‘zoenoffer’ in 1Joh.2:2 en 1Joh.4:4:
…en Hij is het zoenoffer voor onze zonden; en niet voor onze zonden alleen, maar ook voor de hele wereld.
Hierin is de liefde, niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden als zoenoffer voor onze zonden.
In deze betekenis gaat de verzoening van God uit en is tot stand gebracht door Christus, in de kracht van Zijn bloed (Rom.3:25; Heb.2:17). Dit aanbod van genade is voor de hele wereld.
- Het tweede begrip is katallage. In het Engels is dit ‘reconciliation’. Hier ligt de betekenis in het veranderen van de ander van een vijand naar een vriend. De verhouding tussen twee partijen is veranderd, de één is met de ander verzoend, de vijandige mens met God. Ooit opstandig, nu een liefhebber. De zondaar is verzoend. Zie Rom.5:10:
Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend door de dood van Zijn Zoon, veel meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door zijn leven.
Zie ook de bovengenoemde verzen 18 en 19 uit 2Kor.5 (die ons met Zichzelf heeft verzoend (…) dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenend was). In deze betekenis lezen we ook over ‘de verzoening’ in Rom.5:11; 11:15, 2Kor.5:18,19. Als het gaat om Kol.1:20 waar staat dat Gods doel is om door Christus ‘alle dingen tot Zichzelf te verzoenen’ betekent dit ‘volledig verzoenen; alle vijandschap wegdoen en elke verstoring afhouden’. Het gaat hier trouwens om ‘alle dingen’ en niet om ‘alle mensen’.
Het is dus niet waar dat God ‘de vijandige wereld’ met Zichzelf heeft verzoend, zoals de Christengemeente Werkendam dit beweert. Het woord betekent immers ‘van een vijand een vriend maken’ en dit is niet het geval. ‘De hele wereld ligt in de boze’ schrijft Johannes (1Joh.5:19). Paulus schrijft over de ‘kinderen van de ongehoorzaamheid’ (Ef.2:2). Niet alle mensen zijn verzoend, de toorn rust op hen die ongehoorzaam blijven aan het evangelie (Joh.3:36). De ongelovigen zullen worden geoordeeld ‘naar hun werken’, Op.20:12. Ook de gedachte dat de Heer Jezus de zonde van de hele wereld heeft weggenomen, berust op een verkeerd verstaan van Joh.1:29. Het gaat daar over de schepping die uiteindelijk bevrijd zal worden van de aanwezigheid van de zonde.
Een lied zegt: ‘Halleluja, geprezen zij het Lam, dat de schuld der wereld op Zich nam.’ Ook dit is niet wat de Bijbel leert. Hij is een zoenoffer ‘voor de hele wereld’, 1Joh.2:2. Dit wil niet zeggen dat Hij de schuld van alle mensen droeg. Alle mensen kunnen aanspraak maken op dit offer, maar alleen de gelovigen zullen de uitwerking ervan kennen. Hij stierf voor alle mensen (1Tim.2:5-6) en in de plaats van velen, dit is de effectiviteit (Mat.20:28; Mark.10:45). Alleen zij die geloven hebben deel aan de verzoening. In Heb.9:28 lezen we dan ook dat Christus is geofferd ‘om de zonden van velen te dragen’ (niet van allen).
Dat God de wereld haar zonde ‘niet aanrekent’ is daarom niet naar de Schrift. Wie niet gelooft is al geoordeeld, Joh.3:18. De mens ‘in het vlees’ (Rom.8:8) is dus niet ‘vrijgesproken’ zoals de mannen uit Werkendam beweren (om vervolgens de kromme redenering toe te voegen ‘maar wel vrijgesproken gevangenen’, een tegenstelling in zichzelf!). Tot verloren mensen zegt Petrus: ‘Hebt daarom berouw en bekeer u’, Hand.3:15. Paulus schrijft over de zonden die in deze wereld worden bedreven: ‘om welke dingen de toorn van God komt‘, Ef.3:6; Kol.3:6.
In Lev.16, het hoofdstuk over de Grote Verzoendag, is er sprake van twee geitenbokken (vs.7,8). Wat er met de eerste gebeurde staat in vers15:
Daarna moet hij de bok slachten die als zondoffer voor het volk bestemd is, en zijn bloed binnen het voorhangsel brengen. Hij moet met zijn bloed doen zoals hij met het bloed van de jonge stier gedaan heeft, en dat op het verzoendeksel en vóór het verzoendeksel sprenkelen.
De eerste bok stelt de waarheid van de genoegdoening voor, dat wat voor God nodig is. De mens heeft God zijn eer ontroofd, en deze eer moet Hem worden teruggegeven. Het bloed werd voor Hem uitgestort, zoals Jezus Christus zijn overgegeven leven op het kruis bracht voor Gods troon in het binnenste heiligdom. Alles zal hierdoor worden gereinigd, ook de hemelen en de aarde. De Heer Jezus zal de zonde van de wereld (schepping) wegnemen, Joh.1:29.
De tweede bok stelt de waarheid van de plaatsvervanging voor. Hij droeg de ongerechtigheden weg van het volk naar een afgezonderd land, zoals vs. 22 zegt. Christus heeft Zichzelf gegeven als een losprijs voor allen (eerste bok), een losprijs waarvan de waarde zich uitstrekt tot alle mensen (1Tim.2:6). Ook heeft Hij zich gegeven als een losprijs ‘voor velen’, als een plaatsvervanger van velen, niet van allen (Mat.20:28, Mar.10:45), dit is de waarheid van de tweede bok. Allen die geen deel hebben aan dit plaatsvervangende werk van Christus, vanwege hun ongeloof zullen verloren gaan vanwege hun zonden, zie Joh.8:24.
Zoals het dus door één overtreding (de gevolgen zich uitstrekken) tot alle mensen tot veroordeling strekt, zo ook strekt het door één gerechtigheid (de gevolgen zich uit) tot alle mensen tot de rechtvaardiging van het leven. Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens de velen tot zondaars zijn gesteld, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene de velen tot rechtvaardigen gesteld worden (Rom.5:18,19).
Eerst zien we hier de waarheid van de eerste, vervolgens die van de tweede bok. De Heer Jezus heeft dus nog niet de zonde van de wereld weggenomen, maar Zijn offer is zó volmaakt dat ieder die hierop aanspraak maakt, met God verzoend is.