Maar als ik uitblijf, schrijf ik opdat je weet hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat is de gemeente van de levende God, de pilaar en grondslag van de waarheid. 1Tim.3:15

Eerder schreef ik hier al over het grote belang van de orde in het huis van God. De meeste christenen zijn bekend met de grote waarheden van de Bijbel zoals verlossing, verzoening, vergeving en verwachting. Maar als het gaat om de orde in Gods huis, dat is de gemeente, is er grote onwetendheid. Paulus schrijft vooral over deze orde. Deze heeft te maken met bijvoorbeeld het bidden (1Tim.2:1-2,8), oudsten (1Tim.3:1-7; Tit.1:6-9), diakenen (1Tim.3:8-13), de rol van de mannen en de vrouwen (1Tim.2:11-15) en de samenkomsten (1Kor.11:17-22; 14:1-40). Er is echter één onderdeel van de orde van God die het meest wordt genegeerd in de christenheid en dat is de hoofdbedekking van de zusters. ‘Dat gold alleen voor toen’, ‘het is te ingewikkeld’, ‘er wordt verschillend over gedacht’, ‘het is geen hoofdzaak’, zijn van die excuses om dit duidelijke voorschrift niet in te voeren of het te negeren. Laten we eens kijken waarom dit toch erg belangrijk is, want Paulus besteedt er een half hoofdstuk aan.

Maar ik wil dat u weet, dat Christus het hoofd is van iedere man, en de man het hoofd van de vrouw, en God het hoofd van Christus. Iedere man die bidt of profeteert met iets op zijn hoofd, onteert zijn hoofd; 1Kor.11:3-4

Paulus, die de gemeente aanspreekt op de inzettingen die hij als apostel heeft overgeleverd (1Kor.11:2) schrijft ‘ik wil dat u weet. Het is dus een duidelijke wens van de apostel, geïnspireerd dor de Heilige Geest dat ‘allen, in elke plaats die de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen’ (1Kor.1:2) dit weten! Het is dus niet alleen een voorschrift voor toen, maar voor allen die belijden bij de Heer te horen van alle tijden. Paulus heeft de waarheid verkondigd, maar zal niet toestaan ​​dat het een omstreden kwestie wordt.

Maar als iemand meent te moeten twisten wij hebben zo’n gewoonte niet, en evenmin de gemeenten van God. 1Kor.11:16

De waarheid van God is te kostbaar en te vitaal dan om naar het niveau van menselijk argument te worden gesleept. De apostel verwachtte gehoorzaamheid en geen twist erover. Het betekent dus niet dat we er maar niet moeilijk over moeten doen door erover van mening te verschillen, maar het is precies andersom. Dit hele gedeelte over de bedekking van het hoofd van de vrouw, staat ingeklemd tussen twee gedeelten die handelen over de tafel van de Heer, het avondmaal (zie 1Kor.10:14-22 en 11:23-29). Dit heeft ons wat te zeggen. De tafel van de Heer (eerst noemt Paulus het bloed, want de tafel toont Gods heiligheid) is iets dat de gemeente in het algemeen zou moeten kenmerken en het avondmaal (hier noemt Paulus eerst het brood om de eenheid van de gemeente te laten zien) is iets dat de samenkomsten (zie 1Kor.11:17, 20 ‘wanneer u nu op één plaats samenkomt’) zou moeten kenmerken.

De heerlijkheid van Christus als hoofd van de man zou te allen tijde in de gemeente erkend moeten worden. Het niet bedekken van het hoofd van de man en het wel bedekken van het hoofd van de vrouw (als zij bidt of profeteert, vs5) is hier de uitdrukking van. Hoorbaar bidden of profeteren mag een vrouw doen buiten de samenkomsten (daar behoort zij te zwijgen) als er geen mannen aanwezig zijn. Paulus schrijft namelijk duidelijk dat mannen op iedere plaats behoren te bidden (1Tim.2:8). Als de vrouw bidt of profeteert hoort zij haar hoofd te bedekken.

Het hoofd van de man, Christus, wordt onteerd als hij zijn fysieke hoofd met iets bedekt en de vrouw ‘bedekt’ de man, d.w.z. toont met haar hoofdbedekking dat de man niet geëerd wordt. Bedekt ze haar hoofd niet, dan onteert ze haar hoofd. Op welke manier? Ze plaatst hem praktisch op de plaats die Christus zou moeten hebben. Dat is een droevige schande. Als ze haar hoofd bedekt, bedekt ze de man, Hij is dan immers symbolisch bedekt.

Maar de vrouw is de heerlijkheid van de man. Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw is uit de man, want de man is ook niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man. 1Kor.11:7b-9

Christus is het hoofd van de man. De man is het hoofd van de vrouw. Niet dat hij meer is dan zij, maar dit is de orde van God in de schepping. Een man die bidt of profeteert met zijn hoofd bedekt, onteert zijn hoofd. Waarom? Omdat zijn hoofd Christus is: daarom onteert hij Christus. Christus zou niet bedekt moeten zijn, maar Degene die gezien wordt. Als een man in dit geval zijn hoofd bedekt, bedekt hij Christus en op deze manier onteert hij Hem. Ik citeer hier deels L.M.Grant:

‘Sommigen hebben geprobeerd deze kwestie te omzeilen door erop aan te dringen dat dit alleen van toepassing is als een vrouw hoorbaar bidt of profeteert. In samenkomsten zou ze dan nooit een hoofdbedekking gebruiken, omdat vrouwen moeten zwijgen in de gemeente (1Kor.14:34). Kan een ware gelovige serieus zijn in het aannemen van een dergelijke houding? In gemeentelijke samenkomsten moet elke persoon in de gemeente deelnemen aan alle gebeden en bediening en het lezen van de Schriften, hoewel de meeste mensen gewoonlijk onhoorbaar deelnemen. De geestelijke oefening van een vrouw om deel te nemen zonder te spreken is net zo belangrijk als de plaats van de man in het bevorderen van het welzijn van de gemeente. Dit wordt te gemakkelijk vergeten in onze neiging om de openbare ruimte te overdrijven. Degenen die zich achter de schermen bevinden, beoefend in nederige, oprechte genegenheid voor Christus, hebben veel meer invloed op de manier waarop een bijeenkomst verloopt dan we over het algemeen stilstaan.’

Het haar van de vrouw behoort tot haar eer en is als een sluier gegeven (1Kor.11:15). Door het lange haar van de vrouw is haar in de natuur al door God geleerd dat haar heerlijkheid is zich te bedekken, ‘stil’ (zie 1Kor.14:34-35, 1Tim.2:11-12) te zijn. Het lange haar zelf is niet de bedekking, want als dan zou vers 6 betekenen: ‘als ze geen haar heeft, laat ze het haar dan maar afknippen’ wat natuurlijk onmogelijk is. De bedekking is iets (vaak een sluier, hoofddoek) dat op haar hoofd is, een ‘macht’, teken van het gezag waaronder zij staat, de man. Paulus schrijft namelijk dat de orde van God door de engelen wordt gadegeslagen.

Daarom behoort de vrouw een macht op haar hoofd te hebben terwille van de engelen. 1Kor.11:10

Mochten er mensen zijn die hierdoor denken dat de vrouw minderwaardig is, voegt Paulus eraan toe dat ‘noch de vrouw zonder de man, noch de man zonder de vrouw, in de Heer’ iets is vs11. Beiden krijgen een waardigheid die eigen is aan elk, en beiden moeten handelen in de waardigheid die past bij de specifieke plaats die God heeft gegeven. De gemeente heeft dit volledig uit het oog verloren. Het is het meest genegeerde voorschrift van Paulus. Hoewel Paulus schrijft: ‘oordeelt bij uzelf: is het gepast dat een vrouw ongedekt tot God bidt? (1Kor.11:13), zullen verreweg de meeste gelovigen zeggen: ‘wat maakt het nu uit?’ Het is een trieste zaak dat veel gemeenten die denken ‘Bijbelgetrouw’ te zijn dit uit het oog verloren zijn. Het is zelfs zo erg dat vrouwen in veel gemeenten leidinggevende posities hebben, voorgaan en het woord uitleggen.

Er zal geestelijke moed moeten zijn om naar deze orde van 1Kor.11 terug te keren. Het teken van de hoofdbedekking zou de gemeenten behoren te kenmerken, want het is een uiting van de orde van God. Hoewel er vele gemeenten zijn waar zegen is, zijn er toch weinigen waar de heerlijkheid van de man wordt bedekt opdat voor de engelen alleen Christus zichtbaar is. Ik sluit af met nog een citaat van Grant:

‘Moge onze God en Vader genade schenken dat zowel de gelovige man als de vrouw graag de waardigheid van de eer aanvaarden waarmee God een ieder heeft begiftigd, en dan gewillig op die plaats te functioneren. We weten zeker dat God dit graag zou zien, in plaats van enige twist over een zaak die Hij Zelf, in Zijn grote liefde en wijsheid, nodig heeft gevonden om onder onze aandacht te brengen.