Terwijl de weerexperts de mensen waarschuwen voor stormen en orkanen, waarschuwt Paulus de gelovigen voor ‘wind van de leer’ (Ef.4:14). Door deze ‘winden’ worden mensen in de war gebracht en op een verkeerd spoor gezet. Vandaag circuleren veel leringen van mensen (Kol.2:22) en van demonen (1Tim.4:1-2). De duivel maakt altijd gebruik van de leugen want hij is de vader daarvan (Joh.8:44). Eén van die leugens is dat een gelovige toch nog verloren kan gaan (o.a. door de Jehova’s Getuigen, de website ‘Evangelie in waarheid’, de website ‘Salt of the earth’). Ik las op deze laatste website: ‘Het is aan jou om je behoudenis te bewerken’ (met een verkeerde toepassing van Fil.2:12 waar het immers gaat over het bewerken van een praktische ongeschonden aankomst in levensheiliging als Hij komt) en: ‘Jazeker kun je afvallig worden en je redding verliezen’.

‘Eens gered, altijd gered’ is dus niet waar volgens deze uitleggers. Om deze stelling te bewijzen komen zij altijd met de teksten uit de Bijbel die bepaalde voorwaarden stellen (zie o.a. Mat.24:13 ‘wie echter zal volharden tot het einde, zal behouden worden’; Joh.15:4b ‘als u niet in Mij blijft’; 1Kor.15:2b ‘als u vasthoudt’; Kol.1:23 ‘als u namelijk blijft in het geloof’), waaruit zij concluderen dat als iemand niet aan de voorwaarden voldoet, hij/zij alsnog verloren gaat. Ze komen ook altijd met deze ‘beruchte’ teksten uit Heb.6 en 10.

Want het is onmogelijk hen die eens verlicht zijn geweest en van de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoten van de Heilige Geest geworden zijn, en het goede woord van God en de krachten van de toekomstige eeuw geproefd hebben en afgevallen zijn, nog eens te vernieuwen tot bekering, daar zij voor zichzelf de Zoon van God kruisigen en openlijk te schande maken. Heb.6:4-6

Want als wij moedwillig zondigen nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over, maar een vreselijke verwachting van oordeel en een felheid van vuur dat de tegenstanders zal verslinden. Iemand die de wet van Mozes verworpen heeft, sterft zonder ontferming op het woord van twee of drie getuigen: hoeveel zwaarder straf, meent u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God met voeten heeft getreden en het bloed van het verbond waardoor hij geheiligd was, onheilig geacht en de Geest van de genade gesmaad heeft? Want wij kennen Hem die gezegd heeft: ’Aan Mij de wraak, Ik zal vergelden’. En opnieuw: ’De Heer zal zijn volk oordelen’. Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God! Heb.10:26-31

Het gaat in deze twee passages helemaal niet over ware gelovigen, maar over belijders, zij die zich uiterlijk bij het christendom hebben gevoegd maar geen leven uit God bezitten. Alle ‘voorwaarden’ zijn niet gegeven om maar niet verloren te gaan (dat zou betekenen dat redding in onze werken is, een grove dwaling waar Paulus over schrijft dat dit een vervloekt evangelie is, Gal.1:6-7), maar om aan te tonen dat alleen ware gelovigen daaraan kunnen voldoen! Er zijn immers velen (‘dolik’) die door de satan zijn gezaaid tussen de ware gelovigen (‘tarwe’), zie Mat.13:24-30. Het is een ernstige leugen dat iemand die gelooft in de Heer Jezus alsnog verloren kan gaan vanwege zijn eigen gedrag, en er moet daarom beslist en sterk worden opgetreden tegen die ‘leraars’ die dit verkondigen. Daarom geef ik twaalf bewijzen vanuit de Bijbel dat een ware gelovige nooit verloren kan gaan (stuur dit door naar hen die twijfelen aan hun behoud):

1. Vanwege het eeuwige voornemen van God zijn gelovigen ‘vaten van de barmhartigheid die Hij tevoren tot heerlijkheid heeft bereid’, tot ‘gelijkvormigheid aan het beeld van zijn Zoon’ (Rom.9:23; 8:29). Dit voornemen is onherroepelijk. Niemand en niets kan gelovigen daarom ooit rukken uit de hand van de Vader of van de Zoon, Joh.10:28-29, zie ook punt 5.

2. Vanwege het bloed van Jezus dat een definitieve en afdoende verzoening is voor alle zonden. Hij is een verzoening voor onze zonden, 1Joh.2:2a

3. Vanwege Gods grote liefde getoond op Golgotha, ‘veel meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door zijn leven’, Rom.5:8; 8:10.

4. Vanwege Gods vreugde over zijn Zoon zal Hij nooit een gebed van deze Zoon, de Geliefde, niet verhoren: ‘En Ik kom tot U, Heilige Vader, bewaar hen in Uw naam die U Mij hebt gegeven’, Joh.17:11.

5. Vanwege de dood van de Zoon die de straf droeg die wij verdienden, is er geen veroordeling meer voor hen die in Christus Jezus zijn die ook voor hen bidt, Rom.8:1,34. Als God voor ons is, Wie zou tegen ons zijn? Rom.8:31

6. Vanwege de opwekking van Jezus uit de dood heeft God de verbinding van de gelovigen met Adam voor altijd verbroken en hen met Christus verbonden tot rechtvaardiging, Kol.2:13; Rom.4:25, 6:13. Gelovigen zijn een nieuwe schepping (2Kor.5:17), onderdeel van Chrisus Zelf, iets dat nooit meer ongedaan gemaakt kan worden.

7. Vanwege Jezus die voor ons pleit bij God, ook als wij zondigen. Want Christus is niet ingegaan in het met handen gemaakte heiligdom, een tegenbeeld van het ware, maar in de hemel zelf, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God, voor ons. Heb.9:24.

8. Vanwege Jezus’ oneindige leven treedt Hij altijd tussenbeide. Daarom kan Hij ook volledig behouden wie door Hem tot God naderen, daar Hij altijd leeft om voor hen tussenbeide te treden. Heb.7:25.

9. Vanwege de permanente inwoning in onze lichamen van de Heilige Geest ‘Die met u zal zijn tot in eeuwigheid’, Joh.14:15b

10. Vanwege het leven uit God dat de Heilige Geest in ons heeft geplant zodat we echte, waarachtige kinderen van God zijn geworden en Hij onze ware Vader is, Joh.1:12-13. En omdat u Gods zonen bent, heeft God de Geest van zijn Zoon in onze harten uitgezonden, die roept: Abba, Vader, Gal.4:6.

11. Vanwege de volmaakte eenwording met Christus door de Heilige Geest. Immers, wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt. 1Kor.12:13a.

12. Vanwege de verzegeling (een eigendomsbewijs dat we van God zijn) met de Heilige Geest, ‘tot de dag van de verlossing’, Ef.4:30.