Steeds minder worden de unieke kenmerken van de gemeente van God nog gekend en verkondigd. Zo zegt een predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk eind november 2025 op cvandaag.nl:

‘Kinderen worden gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dat is een teken van de belofte dat we in Zijn sterven en opstanding één met Hem mogen zijn. En daarmee ben je ook onderdeel van het lichaam van Christus.’

Hier zien we niet alleen de stuitende onkunde over de doop maar vooral ook hoe iemand lid wordt van het lichaam van Christus, de gemeente van God. Dit is een hemels volk, tot Christus gevoegd door het geloof en niet door de doop. Daarom in dit artikel: wat is de gemeente van God zoals de Bijbel dit leert?

Ondanks dat de Heer Jezus zegt: ‘Ik zal mijn gemeente bouwen’ (Mat.16:18) leren velen dat de gemeente ook al bestond in het Oude Testament. Sommigen beweren bijvoorbeeld dat christenen ‘bij Israël gevoegd worden’ in het ‘aloude volk van God’. Hierdoor wordt ook de gemeente gemaakt tot een aards volk met aardse zegeningen zoals bijv. genezing. Men kan alleen nog maar ‘aards’ denken en het zicht op de hemel is er daardoor steeds minder. Zo beweert een bekende spreker dat het herstel van alle geschapen dingen de hoogste en diepste waarheid is van het evangelie.

Vooral zij die de wet prediken of die gelovigen oproepen om achter Israël te staan, zijn geneigd om de aandacht vooral op de zegeningen op aarde te vestigen. ‘Uw koninkrijk komen’ (Mat6:15), de hoop van Israël, het koninkrijk op aarde, wordt door hen zo ook tot de hoop van de gemeente gemaakt. Men ziet het onderscheid steeds minder tussen Israël en de gemeente. Het is bijvoorbeeld dan ook niet verwonderlijk dat we bij dit soort uitleggers meestal niets over de bedelingen horen en vaak een weerstand waarnemen tegen- of een ontkenning van de leer van de opname van de gemeente (zie punt 7).

Laten we eens kijken wat de zegeningen zijn van de christenen, zij die het evangelie hebben geloofd en daarom behoren tot het lichaam van Christus, dat is de gemeente (Kol.1:18). Deze zegeningen gelden alleen voor de gemeente van God.

1. Zij zijn verbonden met de heerlijkheid via Christus. In het Oude Testament (steevast ‘eerste’ Testament genoemd door Joods-gerichte uitleggers) was er geen verheerlijkt mens in de hemel en kende men deze heerlijkheid niet, laat staan dat zij daarmee verenigd waren. Israël had Mozes die de wet gaf, de gemeente heeft de gezonde leer, de geboden van Christus. Nu, na Zijn opstanding uit de doden, is Christus daar ‘met heerlijkheid en eer gekroond’ (Heb.2:9) en kennen wij de ‘heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus’ (2Kor.4:6). De gelovigen zijn door de Heilige Geest tot Hem in de hemel ‘gevoegd’ tot één lichaam.

Immers, wij allen zijn door een Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden hetzij Grieken, hetzij slaven hetzij vrijen, en ons allen is van één Geest te drinken gegeven (1Kor.12:13).

2. Israël, onder de wet kende niets dat tot volmaaktheid leidde (Heb.7:19). Er was nooit een volmaakt geweten bij de gelovige Israëliet, want de heerlijkheid van God was nog niet ten volle geopenbaard. De heerlijkheid van God is ‘de volheid van God’ (Ef.3:19), de ‘waarachtige God’ (1Joh.5:20). Hij heeft Zich in Christus, in diens leven en op het kruis ten volle geopenbaard als de Vader (zie Joh.1:18) en de gemeente is op basis van dit kruis volmaakt geworden (Kol.2:10). Het vlees is pas daar ten volle veroordeeld en in Christus zijn zij volmaakt gerechtvaardigd, volmaakt vergeven, volmaakt verlost, verzoend en volmaakt geliefd als de bruid van het Lam. God heeft ieder lid van de gemeente in zijn Zoon volmaakt gezegend.

Uit Hem toch bent u in Christus Jezus, die ons geworden is: wijsheid van Godswege, gerechtigheid, heiliging en verlossing (1Kor.1:30).

3. De gelovigen die behoren tot het ene lichaam, de gemeente, vormen de volheid van Christus. Dit betekent dat Hij, samen met de gemeente, ‘de Christus’ is (1Kor.12:12), de nieuwe mens (Ef.2:15) die aangenaam is voor de Vader, hoofd én lichaam. Dit is de ‘hele raad van God’ (Hand.20:27) dat Hij zich had voorgenomen ‘in Zichzelf’ en ‘voor Zichzelf’ (Ef.1:5,9), tot zijn eigen vreugde.

En Hij heeft alles aan zijn voeten onderworpen en Hem als hoofd over alles gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is, de volheid van Hem die alles in allen vervult (Ef.1:22-23).

4. Omdat het hoofd, Christus, in de hemel is, is de gemeente ook een hemels volk. Israël is een aards volk met een aardse hoop, de gemeente is een hemels volk met een hemelse hoop. De gelovigen uit het Oude Testament hadden ook een hemels vaderland voor ogen (Heb.11:16), maar de christenen zijn op een unieke wijze ‘de hemelsen’, omdat hun hoofd ‘de Hemelse is’, 1Kor.15:48. Alleen de gemeente zal in eeuwigheid het lichaam van Christus zijn, het innigst met Hem verbonden en zo onderscheiden van alle andere gelovigen (zoals bijvoorbeeld Job, Johannes de Doper, de gelovigen uit de grote verdrukking etc.).

Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten (Fil.3:20).

5. De gemeente kent, in tegenstelling tot de gelovigen uit het Oude Testament, het eeuwige leven. Dit is niet hetzelfde als de nieuwe geboorte, maar is het ‘leven en dat overvloedig’ (Joh.10:10), het kennen van de Vader en de Zoon (Joh.17:3). De gelovigen die tot de gemeente behoren zijn de kinderen van God (Joh.1:12; 1Joh.3:1) en de Geest van zijn Zoon is in hun harten uitgestort waardoor zij roepen: ‘Abba, Vader’ (Gal.4:6). Dit kende de gelovige Jood voor het kruis niet. Hij kende God als de Vader in de zin van de Schepper, maar niet als de Vader van de Heer Jezus (zie Ef.1:3).

Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook u met ons gemeenschap hebt. En onze gemeenschap nu is met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus (1Joh.1:3).

6. Israël kende een tempel door mensen gebouwd. De gemeente is de tempel van God op aarde, een huis door Christus gebouwd tot een ‘woonplaats van God in de Geest’ (Ef.2:22). De gelovigen vormen de levende stenen van dit gebouw om geestelijke offers te brengen.

En u wordt ook zelf als levende stenen gebouwd, als een geestelijk huis tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden te offeren, die voor God aangenaam zijn door Jezus Christus. 1Pet.2:5

7. De hoop van de gemeente is niet de komende Koning om hen een aards koninkrijk binnen te voeren. Hij komt als de Koning voor Israël. Het is ook niet de hoop dat de gemeente eerst ‘gelouterd’ zou moeten worden door de grote verdrukking. De christelijke hoop is de Heer die zal ‘neerdalen van de hemel’ (1Thes.4:15) om de gelovigen tot Zich te nemen in ongeschapen en eeuwige het huis van de Vader (‘opdat ook u zult zijn waar Ik ben’, Joh.14:3), de hemelse kant van het koninkrijk (zie 2Tim.4:18). Daar zullen zij als Christus geopenbaard worden aan de wereld (Joh.17:23; Kol.3:4; 2Thes.2:14) om te regeren als de stad die uit de hemel neerdaalt (Op.21:10). Zo zal de gemeente ‘in de lucht’ tot zegen zijn voor de bewoners van de nieuwe aarde, inclusief het gelouterde deel van Israël, de ‘rest’.

Daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Heer zijn (1Thes.4:16).