Via charismatische leraars komen veel misleidende leringen de kerken en gemeenten binnen. Ik heb daar via deze website al vele malen voor gewaarschuwd. Sommigen nemen mij dat niet in dank af, maar het is onze opdracht onze broeders en zusters te waarschuwen voor misleiding en leugen (2Tim.4:1-3). Eén van deze typisch charismatische misleidingen gaat over het ‘profeteren’. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat profeteren inhoudt dat men ‘een woord van kennis’ ontvangt van God om door te geven aan anderen (ik heb dit in de praktijk regelmatig gezien), of dat men een naam ‘doorkrijgt’ van iemand die men dan zou mogen bemoedigen.

Eén van deze ‘leraars’ over profetie is Sander Wuister. Volgens eigen zeggen profeteert hij graag over mensen, ‘in het bijzonder over leiders’ (waarmee hij zichzelf dus boven ‘leiders’ stelt). Via de website woordenvanleven.nl. worden de leugens over het zogenaamde profeteren verspreid. Er worden ook cursussen gegeven. Ik citeer:

‘Het eerste uur geef ik onderwijs zodat je een Bijbelse basis krijgt over de thema’s Gods stem verstaan en profetie. In het tweede uur gaan we met elkaar aan de slag om zelf te oefenen met Gods stem verstaan en profetie. Uitstappen in profetie is soms spannend. Daarom zetten we een cultuur van kwetsbaarheid neer, waarin je mag leren Gods stem te verstaan zonder veroordeling. De oefeningen worden gegeven door trainers die ervaren zijn in profetie. Profetie is niet zweverig of voor slechts een paar ‘experts’. Mijn verlangen is dat profetie normaal wordt in elke christelijke gemeente.’

De kern van deze misleiding is dat men wordt voorgehouden te ‘luisteren’ naar Gods stem en wat er dan ook in gedachten komt, een droom, een visioen, een plaatje of een indruk, door te geven. Dit wordt er dan verstaan onder profeteren. Wuister beweert dat profetie het doorgeven is van ‘woorden van leven’. Deze aanhaling uit Joh.6:68, waar Petrus spreekt over de woorden van eeuwig leven die vanuit de Heer kwamen, worden toegepast op het profeteren. Wuister spreekt zelfs over ‘level 1’ en ‘level 2’. Via dit soort dwaalleraars wordt de jeugd, die op zoek is naar ervaring, op het verkeerde been gezet en aangespoord zich open te stellen voor invloeden uit de geestelijke wereld die niet van de Heer zijn! Het is daarom noodzakelijk te waarschuwen tegen dit soort figuren.

‘Iedereen kan het leren’ wordt er gezegd, vaak door middel van oefening en het volgen van bepaalde ‘stappen’. Soms denkt iemand een profeet te zijn en wil dan de toekomst van een andere gelovige (of een gebeurtenis) voorspellen. Een zogenaamde ‘profeet’ voorspelde jaren geleden zaken over vrienden van mij die geen van allen zijn uitgekomen (Maar ook al zou het uitkomen, dan nog moeten we luisteren naar de leer die zo iemand brengt, zie Deut.13:1-3). Zoiets gaat dan ook in tegen Gods woord en wordt in Zach.10:2 als waarzeggerij afgedaan. ‘De waarzeggers schouwen leugen’. 

De tekst ‘Mijn schapen horen mijn stem’ uit Joh.10:27 wordt hiervoor volledig uit zijn verband getrokken (het gaat daar immers om mensen die tot geloof in Hem komen doordat zij Zijn woord horen). Laten we eens kijken wat de Bijbel leert over het profeteren. De uitdrukking komt veel voor in de brief van Paulus aan de Korinthiërs en vooral in het 14e hoofdstuk.

Jaagt naar de liefde en streeft naar de geestelijke uitingen, maar vooral, dat u mag profeteren. Want wie in een taal spreekt, spreekt niet voor mensen, maar voor God; want niemand verstaat het, maar in de geest spreekt hij verborgenheden. Maar wie profeteert, spreekt voor mensen tot opbouwing, vermaning en vertroosting. Wie in een taal spreekt, bouwt zichzelf op; maar wie profeteert, bouwt de gemeente op. 1Kor.14:1-4

Dit gedeelte, dat handelt over het samenkomen als gemeente, staat in een bepaalde context, zie hier over de toestand van de Korinthiërs destijds. Zij waren vooral geïnteresseerd in de ‘teken-gaven’ zoals de gaven van genezing en het spreken in talen. In die tijd was er nog geen compleet Nieuwe Testament. Het is de wil van God dat iedere gelovigen wordt opgebouwd in het geloof. Dit is in de feiten van dat wat de genade in Christus heeft bewerkt op het kruis en in de persoon van Christus.

…maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen. 2Pet.3:18

Laat u niet meeslepen door allerlei en vreemde leringen; want het is goed dat het hart gesterkt wordt door genade, niet door spijzen, waarvan zij die daarin wandelden, geen nut hadden. Heb.13:9

Maar u, geliefden, terwijl u zichzelf opbouwt op uw allerheiligst geloof. Jud:20a

Profeteren is het spreken alsof God het is die spreekt, tot vermaning, bemoediging en/of opbouwing van de ander in het geloof. De luisteraar merkt dat hij/zij in de aanwezigheid van de HEERE God bevindt. ‘Als iemand spreekt, laat het zijn als uitspraken van God’, 1Pet.4:11. Gelovigen worden zo vermaand als zij afdwalen van de waarheid en vertroost en opgebouwd doordat zij groeien in het geloof. Dit is in de innerlijke mens de waarheden over de Heer Jezus opnemen en bewaren zodat daaruit geleefd kan worden (zie Ef.3:17 waar Paulus bidt dat Christus woont in de harten). Gelovigen worden zo ‘gesterkt’ doordat zij de ‘volle waarheid’ leren kennen (Joh.16:13, het doel van de Heilige Geest).

En Judas en Silas, die zelf ook profeten waren, vertroostten de broeders met vele woorden en versterkten hen. Hand.15:32

Deze waarheid is altijd relatiegericht, de versterking van de gemeenschap met de Heer Jezus en met de Vader. Het vertroost in moeilijke omstandigheden. In de tijd dat Paulus de brief aan de Korinthiërs schreef was er, zoals gezegd, nog geen volmaakte openbaring van de genade van God in het Nieuwe Testament. Men was daarom aangewezen op mondelinge openbaringen (zie 1Kor.14:26: ‘heeft een openbaring’) vanuit de Geest van God, via ‘profetieën’. Deze behoorden altijd getoetst te worden.

Veracht de profetieën niet, maar beproeft alles, behoudt het goede. 1Thes.5:20-21.

Het profeteren in de samenkomsten gebeurt uitsluitend door de broeders en niet door de zusters (1Kor.14:34-35). Paulus schrijft voor dat dit door ‘twee of drie’ gedaan wordt opdat de hele gemeente stichting ontvangt (1Kor.14:29-31). Buiten de samenkomsten kunnen ook de vrouwen profeteren, mist met bedekt hoofd (Hand.21:9; 1Kor.11:2-15). Vandaag hebben wij het complete woord van God in onze handen. Nieuwe openbaringen zijn dus niet meer nodig. Het profeteren gebeurt vanuit het geschreven woord. Er zal altijd worden gesproken over de Heer Jezus (Joh.16:14) in ’een woord van kennis’ (1Kor.12:8; 14:6), of in ‘een leer’ of een ‘uitlegging’ (1Kor.14:6,26) zoals Paulus altijd deed.

Hem verkondigen wij, terwijl wij iedere mens terechtwijzen en iedere mens leren in alle wijsheid, om iedere mens volmaakt te stellen in Christus. Kol.1:28

Maar terwijl wij de waarheid vasthouden in liefde, in alles opgroeien tot Hem die het hoofd is, Christus…Ef.4:15

Het is daarom beschamend dat men vandaag in allerlei diensten denkt te ‘profeteren’, terwijl er niet of nauwelijks over de heerlijkheden van de Heer Jezus wordt gesproken. Zonder het te weten stelt men zich open voor een andere geest, die van misleiding. Men denkt dat de Heilige Geest aan het werk is, maar men heeft niet door dat het een andersoortige geest is die een andere Jezus voorstaat (2Kor.11:4), een ‘Jezus’ die onze omstandigheden verandert, die ons dient en die doet wat wij willen in plaats van andersom.

Jaagt de liefde na en streeft naar de geestelijke uitingen, maar vooral dat u mag profeteren. 1Kor.14:1