Bijbeluitleg is niet altijd eenvoudig. Het vereist grondige studie en het vergelijken van Schrift met Schrift. Het is soms ook wel eenvoudig, gewoon lezen wat er staat. Het is de duivel, de leugenaar vanaf het begin, de oude slang, die Gods woord verdraait. Hij zaait twijfel. ‘Is het echt zo dat God gezegd heeft’? Hij gebruikt hiervoor ‘mediums’. Tegenover Eva was het een slang. Vandaag zijn het valse leraars (2Pet.2:1) en verdraaiers van het woord (Hand.20:30). Zij komen met de Bijbel, maar verdraaien deze zo, dat uiteindelijk niet God, maar de mens aan het woord is.
Zo verscheen er op 11-02-2026 een artikel van drs. Guijt op cvandaag.nl. Het ging over de vraag in hoeverre Gods beloften aan Israël zullen worden vervuld. Guijt, universitair docent en Bijbelleraar, concludeert dat deze beloften allemaal zijn vervuld ‘in Christus en Zijn gemeente’. Gods beloften aan Israël moeten volgens hem in deze ‘metaforische betekenis’ worden begrepen wat inhoudt dat er geen letterlijke vervulling is voor het etnische Israël. Dus God die een letterlijke landsbelofte aan Abram heeft gedaan (‘aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven’, Gen.15:18) bedoelde eigenlijk niet echt ‘dit land’, maar iets anders. Let nu eens op, hoe hij dat wat er staat geschreven in de Bijbel listig verdraait om toch tot zijn eigen conclusies te komen. De 144.000 verzegelden uit Op.7 (waarvan duidelijk staat geschreven dat er twaalfduizend zijn ‘uit elke stam van de zonen van Israël’, Op.7:4) worden door Guijt ‘de Geestvervulde gemeente van Christus’ genoemd. Verder schrijft hij:
Ook Mattheüs 19:28, waar Jezus spreekt over twaalf tronen voor de twaalf stammen van Israël, duidt niet op een aparte etnische positie, maar symboliseert de deelname van Zijn discipelen uit alle volkeren aan het bestuur van Gods Koninkrijk.
Terwijl er duidelijk staat ‘de twaalf stammen van Israël’, maakt hij ervan ‘Zijn discipelen uit alle volken’. Dit staat er niet, maar dit wil Guijt er persé inlezen. Over de troon van David schrijft Guijt dat hij dit ziet als ‘een beeld van Christus koningschap over de gehele herstelde aarde’. Alsof koning David regeerde over de hele aarde! Zijn troon stond in Israël. Zo wordt dat wat er gewoon letterlijk staat, weggeredeneerd. Guijt schrijft:
‘Wij willen immers niet misleid worden, maar Gods waarheid beter leren kennen. Die waarheid maakt vrij’.
Een merkwaardige uitspraak! Hij wil Gods waarheid beter leren kennen, maar als deze waarheid tot hem komt, maakt hij er iets anders van. ‘Elke stam van de zonen van Israël’ wordt ‘de Geestvervulde gemeente van Christus’, ‘De twaalf stammen van Israël’ wordt ‘discipelen uit alle volken’, ‘de troon van David’ wordt ‘de troon over de hele aarde’. Hij schrijft niet misleid te willen worden, maar welk gezag heeft de Schrift nog als we deze naar eigen gedachten gaan uitleggen? Als God zegt ‘Israël’, dan bedoelt Hij niet ‘de gemeente’ en andersom! Toch meent Guijt te moeten schrijven:
‘Lezen we teksten uitsluitend letterlijk, of zoeken we onder leiding van de Heilige Geest naar hun diepere betekenis in het licht van de hele Schrift?’
Uiteraard is er een diepere betekenis, maar dat is niet hetzelfde als de termen die de Schrift gebruikt in te wisselen voor andere termen. Uitleg is wat anders dan de gebruikte Bijbels termen anders invullen. Gelukkig is de waarheid in deze eenvoudig: lees wat er staat! Dan is wel degelijk een prachtige, gezegende toekomst voor het aardse, etnische volk Israël!
Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE. Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn. Jer.31:31-33
Deze beloften gelden hetzelfde volk als waarvan de HEERE zegt ‘niet zoals het verbond dat ik met hun vaderen gesloten heb’. Dat was het etnische Israël in de woestijn, niet de ‘Geestvervulde gemeente’ of ‘de discipelen uit alle volken’. Guijt schrijft hierover:
‘Ik meen dat veel christenen deze beloften vaak letterlijk opvatten en uitsluitend toepassen op het etnische volk Israël.’
Dat klopt en dat is omdat het er ook zo staat! Heeft God zijn volk verstoten? Volstrekt niet! Rom.11:1. Guijt schrijft hierover:
‘Met de vraag of God Zijn volk verstoten heeft, maakt Paulus duidelijk dat God Joden niet verwerpt. Ook zij mogen Jezus aannemen. Paulus wijst daarbij op zichzelf als voorbeeld.’
Dit is waar, maar hiermee is niet alles gezegd. Dat Paulus hier zichzelf als een voorvervulling van ‘volstrekt niet’ ziet, doet niets af aan de beloften aan ‘het volk’. Dat enkele Joden geloven in de Heer Jezus is nog niet de vervulling van de beloften aan ‘het volk’. God zal alle beloften die Hij aan dit etnische volk heeft beloofd, letterlijk vervullen straks als de tijd van het christendom, de gemeente is afgesloten. Guijt ziet de alle beloften aan Israël uitsluitend als vervuld in de gemeente van God. Hij schrijft:
‘Het zijn dus de geestelijke nakomelingen van Abraham die delen in Gods beloften. Ook Israël wordt door genade gered, niet door natuurlijke afstamming, maar door geestelijke afstamming, door wedergeboorte en persoonlijk geloof in Jezus Christus. Hij is de Drager van Gods beloften.’
Inderdaad worden ook Israëlieten gered door genade, dat is ook helemaal niet de vraag. Dat er een groot verschil is in hoe en wanneer, ziet Guijt niet. Deze periode van het christendom, waarin Joden die individueel geloven zonder te zien worden ingelijfd in de gemeente van God, is een heel ander onderwerp dan Israël dat als volk zal zien en geloven. ‘Heel Israël’, dat gelovig zal zien ‘Wie zij heeft doorstoken’, zal behouden worden, Rom.11:26. Guijt concludeert:
‘Het gaat uiteindelijk om de komst van het wereldomvattende Koninkrijk van God, een Koninkrijk van vrede en gerechtigheid.’
Dit koninkrijk is er dan volgens Guijt wel één zonder een aards volk Israël, zonder een aardse, tempel, zonder een letterlijk Sion vanwaar de wet uitgaat naar de volken (Jes.2:3). Overigens is Guijt op ook andere terreinen misleid. Zo plaatste hij het volgende commentaar op cvandaag.nl (05-03-2026) over tongen- of klanktaal: ‘Klanktaal is een (onmisbaar) bovennatuurlijk geschenk’. Dit, terwijl Paulus duidelijk is: ‘Spreken soms allen in talen?’ (1Kor.12:30). Hieruit blijkt de bron van waaruit de verdraaiingen van Guijt komen.
Kan een vijgenboom soms olijven voortbrengen, mijn broeders, of een wijnstok vijgen? Evenmin kan een zoute bron zoet water geven. Jak.3:12
De duivel heeft er alle belang bij God als onbetrouwbaar af te schilderen, zoals hij bij Eva deed. ‘Nee Eva, je mag wel degelijk van deze boom eten’. Eindelijk zegt Gujit: ‘God heeft wel een aards herstel aan het volk Israël beloofd, maar bedoelde iets anders’. Drs. Guijt is daarmee helaas met zijn verdraaiing van wat de Bijbel duidelijk leert, ongemerkt een medium geworden van de duivel die fluistert: ‘is het zo dat God gezegd heeft dat alle beloften aan het volk Israël zullen worden vervuld’?