Waarom heb je Hem ter verantwoording geroepen? Hij legt immers van geen van Zijn daden verantwoording af. Job 33:13
Twee grote feiten zijn leidend vanaf het begin van de goddelijke openbaring in de Bijbel en dat zijn Gods soevereiniteit in al zijn handelen en de mens als geschapen moreel wezen die verantwoordelijk is tegenover zijn Schepper. Het zijn deze twee waarheden, Gods soevereine wegen aan de ene kant en de verantwoordelijkheid van de mens aan de andere kant die altijd weer moeilijkheden opwerpen voor de menselijke geest. De uitlegger van de Bijbel is altijd geneigd één van deze twee te benadrukken ten koste van de ander. Of men legt sterk de nadruk op Gods uitverkiezende genade, terwijl de mens dan een willoos instrument is in Gods plannen (het hyper-Calvinisme), of men legt alle nadruk op de keuze van de mens waarbij Gods verkiezende genade in de schaduw wordt gesteld (het Arminianisme).
Als we de waarheid recht willen doen zullen we beide feiten onversneden moeten erkennen. Beiden, Gods soevereiniteit en de verantwoordelijkheid van de mens, worden in de Schrift geleerd. Als het gaat om Gods soevereiniteit lezen we:
Al de bewoners van de aarde worden als niets geacht. Hij doet naar Zijn wil met de legermacht in de hemel en de bewoners van de aarde. Er is niemand die Zijn hand kan wegslaan of tegen Hem kan zeggen: Wat doet U? Dan.4:35
Zo ligt het dan niet aan hem die wil, ook niet aan hem die loopt, maar aan de Zich erbarmende God. Rom.9:16
Hij erbarmt Zich over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil. Rom.9:18.
En als we lezen over de verantwoordelijkheid van de mens in zijn verloren staat lezen we:
Wat dan? Zijn wij uitnemender? Helemaal niet. Wij hebben immers tevoren zowel Joden als Grieken beschuldigd, dat zij allen onder de zonde zijn, Rom.3:19
Tot zover is alles duidelijk. God doet zoals Hij dat wil en de mens is naar zijn verantwoordelijkheid een verloren zondaar. De problemen ontstaan als we deze waarheden gaan toepassen. Er staat in Gods woord dat de gelovigen uitverkoren zijn van voor de grondlegging van de wereld (Ef.1:4), voorgekend om voor God gelijkvormig te zijn aan de Zoon (Rom.8:29) naar de voorkennis van God (1Pet.1:2). De Heer zegt: ‘U hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren’ (Joh.15:16a) en ‘Niemand komt tot Mij tenzij de Vader hem trekt’ (Joh.6:44). Moeten wij nu, uitgaande van deze Schriftplaatsen zeggen dat evangelisatie tijdverspilling is? We weten immers niet wie er uitverkoren zijn? Zegt Petrus niet: ‘Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht’ (Hand.2:40) En: ‘Heb dan berouw en bekeert u’ (Hand.3:19). Paulus zegt dat God beveelt dat alle mensen zich overal moeten bekeren (Hand.17:30) en geloven in Jezus (Hand.20:21).
De ene valkuil is denken: alleen zij die uitverkoren zijn moeten we het evangelie vertellen, de rest is toch bij voorbaat uitgesloten. De andere valkuil is: de mensen moeten zich bekeren en geloven, dan zijn dat degenen waarvan God al wist dat ze zouden geloven. Het eerste sluit het aanbod van genade aan alle mensen buiten en het twee maakt van de uitverkiezing niet meer dan alleen ‘voorkennis’. De oplossing voor al deze moeilijkheden is om een goed Bijbels zicht te krijgen op de genade van God en de verlorenheid van de mens. Dit laatste betekent niet alleen dat de mens verloren is, maar dat zijn natuur, zijn hart volkomen slecht is. Al zijn keuzes en al zijn gedachten zijn ‘elke dag alleen maar slecht’ (Gen.6:5). Zijn hart is arglistig (Jer.17:9).
Er is niemand die verstandig is; er is niemand die God zoekt; allen zijn zij afgeweken; samen zijn zij nutteloos geworden; er is niemand die goed doet, er is er zelfs niet één. Rom.3:11-12
Toen de liefde en de genade van God verscheen in Christus heeft de mens Hem gekruisigd en verkoos hij de wereld boven Hem. De totale slechtheid van de mens werd hierdoor ten volle bewezen. Niets anders dan Gods soevereine ingrijpen kon de mens nog redden. De genade van God is Gods eindeloze ontferming over deze verloren mens en is als een peilloze diepte van barmhartigheid. Deze arme, betreurenswaardige mens die zo het verderf over zichzelf heeft afgeroepen is echter nog steeds een verantwoordelijk schepsel. Zijn wil is verdorven, maar niet uitgeschakeld. Het calvinisme leert dat de mens niet kan geloven doordat hij verdorven is. Dit is niet waar. Hoewel de mens slecht is en verloren is, heeft hij nog wel degelijk een verantwoordelijkheid om op het evangelie te reageren.
Maar de wet is daarbij gekomen, opdat de overtreding zou toenemen; maar waar de zonde toenam, is de genade veel overvloediger geworden; Rom.5:20
God, onze Heiland, die wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen. 1Tim.2:3b-4.
De evangelist proclameert deze genade van God in Christus aan iedereen, niemand uitgezonderd. Zij die het evangelie geloven worden behouden, ontvangen het eeuwige leven en mogen weten daartoe uitverkoren te zijn (1Thes.1:4: ‘daar wij weten, door God geliefde broeders, dat u uitverkoren bent’). De zoekende zondaar is degene die getrokken wordt door de Vader. Dat hij/zij niet gered kan worden omdat hij/zij niet tot de uitverkorenen behoort, is de verdraaiing van de waarheid. ‘Zoekt en u zult vinden’, Mat.7:7. Feit is dat de waarheid van de uitverkiezing in de Bijbel nooit in verbinding staat met zondaars, maar altijd met gelovigen.
Toen nu de volken dit hoorden, verblijdden zij zich en verheerlijkten het woord van de Heer en allen geloofden die tot het eeuwige leven bestemd waren; Hand.13:48.
God kiest in het volle licht van Zijn voorkennis. Dat is één kant. Geen berouwvolle zondaar vindt een gesloten deur omdat hij niet uitverkoren zou zijn. Dat is de andere kant. God verkiezende genade is altijd juist, zoals blijkt uit Rom.9:13: ‘Zoals geschreven staat ’Jakob heb Ik liefgehad, maar Ezau heb ik gehaat’. Dit citaat uit Mal.1:2-3 laat zien dat Gods verkiezing van Jakob de juiste bleek te zijn.
Wat betreft de vrije wil van de verloren, maar verantwoordelijke mens, hoe zit dit? De zondaar die tot geloof komt en behouden wordt door het evangelie mag weten dat het niet zijn eigen vrije wil was die daarvoor heeft gekozen. Christus stierf voor alle mensen (1Tim.2:4-6) en het evangelie gaat uit naar alle mensen, maar van nature verwerpen zij het allemaal (Rom.3:12). Toch zijn er die geloven, maar dit geloof is niet uit henzelf, door werken, maar is de gave van God.
Want uit genade bent u behouden, door het geloof; en dat niet uit u, het is de gave van God; Ef.2:8
Het is inlegkunde hier te lezen alsof er staat ‘De Zoon is de gave’. Er staat ‘dat’ niet uit u, dat zowel op de genade als op het geloof wijst. Het is alles uit God naar de mens toe opdat niemand roemt. De zegen is van het begin tot het eind uit God. Hij kiest, Hij roept, Hij maakt levend. De zondaar kiest niet, hij ontvangt. Kiezen veronderstelt een actieve kracht, welke de zondaar niet heeft. Ontvangen is passief, vanuit een verloren, hopeloze toestand iets aannemen en dit vanuit Gods ingrijpende handelen in zijn leven. Toch is het de verantwoordelijkheid van de mens waarop er in het evangelie een beroep wordt gedaan:
Met voorbijzien dan van de tijden der onwetendheid beveelt God nu aan de mensen, dat zij zich allen overal moeten bekeren, Hand.17:30
God geeft de gave van geloof, de mens moet zich bekeren. Beiden zijn waar want de Bijbel leert het allebei. Bekering en geloof in het evangelie spreken echter beiden van zwakheid en niet van kracht. De zondaar werpt zich, als hij zich bekeert, hulpeloos in Gods aanbod van genade, zijn eigen hopeloze toestand erkennend.
Maar allen die Hem hebben aangenomen, hun gaf Hij het recht kinderen van God te worden, hun die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, niet uit de wil van het vlees, niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn. Joh.1:12-13
(Omdat ik nogal eens wordt beschuldigd door een paar hardnekkige en fanatieke YouTube knutselaars uit Werkendam: ik leer dus géén ‘eeuwig besluit van verwerping’ en dat heb ik ook nooit gedaan!)
Beide kanten van de waarheid over Gods soevereiniteit en de verantwoordelijkheid van de mens worden door de Heer in één zin samengevat:
Alles wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Joh.6:37
Met dank aan F.B.Hole.