Er is in onze hedendaagse evangelische wereld veel aan ‘leringen van mensen (Kol.2:22)’. Eén van de meest hardnekkige van de laatste tijd is: ‘De gelovige is geroepen om te doen wat Jezus deed, om zijn bediening voort te zetten’. Dit wordt op allerlei verschillende manieren ‘verpakt’. Zo is er recent een boek verschenen ‘Geestelijke Autoriteit’, met las ondertitel: ‘Je bent bestemd om te regeren’. Er wordt vervolgens dezelfde misleiding gepromoot dat gelovigen moeten ‘regeren’ over ziekte, tegenslag etc. Een andere ‘verpakking’ is dat er wordt gezegd dat gelovigen ‘het koninkrijk moeten demonstreren’. Men leert vervolgens ook hier weer dat iedere gelovige de tekenen en wonderen die Jezus deed ook behoort te doen. Mensen zijn nu eenmaal geobsedeerd door ‘kracht’. Wilkin van de Kamp beweert bijv. (cvandaag.nl, 15-07-2025):

‘Mooi dat Paulus vandaag tegen ons zegt in 2 Timotheüs 1 vers 7: ‘Want God heeft ons niet een geest van vreesachtigheid gegeven, maar van kracht en liefde en bezonnenheid.’ Als we willen dat de wereld zowel Gods karakter als Gods kracht zal zien, dan is het nodig dat Gods zalving in ons en Gods zalving op ons zal toenemen. (…) Kracht spreekt over de gaven van de Geest. Liefde spreekt over de vrucht van de Geest. Bezonnenheid spreekt van de balans tussen deze twee, zodat we de bediening van Jezus op een waardige manier kunnen voortzetten. (…) Kortom, de zalving ‘in jou’ openbaart het koninkrijk van God in jou. De liefde van God, de genade van Jezus en de vrede van de Heilige Geest. De zalving ‘op jou’ openbaart het Koninkrijk van God in de wereld, dan denken we aan tekenen, wonderen, krachten, genezing en bevrijding. (…) De zalving ‘in jou’ openbaart het karakter van Jezus en de zalving ‘op jou’ openbaart de kracht van Jezus. Zie je het verschil? De zalving ‘in jou’ openbaart de integriteit van Jezus en de zalving ‘op jou’ openbaart de autoriteit van Jezus. En dan ook deze: de zalving ‘in jou’ openbaart wie Jezus is en de zalving ‘op jou’ openbaart wat Jezus doet.’

Wilkin maakt hier het (door charismatische leraars graag gemaakte) onderscheid tussen de Geest in ons en de Geest op ons, alsof dat laatste te maken heeft met tekenen, wonderen etc. We zouden dan ‘autoriteit’ ontvangen om ‘te doen wat Jezus deed’ en zo Zijn bediening op een ‘waardige wijze’ voortzetten. Dit zou dan ‘het koninkrijk demonstreren’ zijn, de ‘krachten van de toekomstige eeuw’ (Heb.6:5). ‘Zalving’ is een bekende charismatische term die men te pas en te onpas gebruikt om uiterlijke kracht mee aan te duiden. Het zijn ‘mooiklinkende redeneringen’ (Kol.2:4), maar de vraag is: leert de Bijbel al deze dingen? Nee. Nergens roepen de apostelen op om ‘het koninkrijk te demonstreren’ of om in deze tijd ‘te regeren’.

Nergens ook in de Bijbel worden gelovigen opgeroepen om de bediening van Jezus ‘voort te zetten’ (maar zijn morele karakter te vertegenwoordigen), want deze was uniek. Hij bewees hiermee de Zoon van God te zijn, de Christus. Bovendien spreekt de Schrift in 1Pet.4:14 over de Geest van de heerlijkheid en kracht die op de gelovigen rust, niet als zij tekenen en wonderen verrichten, maar als zij smaad lijden omwille van de naam van hun Heer. De ‘kracht’ waar Paulus over spreekt in 2Tim.1:7 heeft niks te maken met wonderlijke verschijnselen, maar met de kracht om vol te houden in een tijd van verval (2Tim.3:1-6). Timotheüs was immers een schuchtere man.

Iedere keer schuift de charismatische beweging weer iemand naar voren die, net als alle vorige, weer dezelfde stokpaardjes berijdt (zie hier en hier). Tegenwoordig is dit Tom de Wal die beweert dat ‘God altijd geneest’ en dat iedereen die het daar niet mee eens is een ‘farizeeër’ is. Ook Andrew Wommack is een charismatische leraar die veel invloed heeft via zijn Bijbelscholen, ook in Nederland. Het meest droevige voorbeeld van waar men dan uiteindelijk terecht kan komen las ik van een evangelist die twee, door hun vader vermoorde broertjes (een zaak die in mei 2013 veel media-aandacht kreeg), uit de dood wilde opwekken om zo tot een ‘getuigenis’ van Nederland te zijn. Hij wenste hiervoor in contact te komen met de (rouwende) moeder. Nu is dit niet alleen een schrijnend voorbeeld van tactloosheid, het is ook een bewijs van een verkeerd gebruik van de Bijbel. Jezus zei tegen zijn apostelen in Mat.10:8 ‘wek doden op’. Dit is volgens deze evangelist nog steeds onze opdracht.

Ongeestelijke mensen verlangen naar een ‘ding’ dat hen zegen brengt; een leer, een gebeurtenis, een opwekking etc. Geestelijke mensen verlangen naar Christus Zelf. Dat wil uiteraard niet zeggen dat God niet krachtig onze gebeden kan verhoren en ons ‘dingen’ wil geven, maar deze zijn altijd tot groei in Christus.

De leer dat wij moeten doen wat Jezus deed is het verlangen naar uiterlijkheden, zegeningen die kortstondige opwinding veroorzaken, maar het is niet Bijbels. Men denkt een belangrijke pijler voor deze leer te hebben in Joh.14:12:

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader;

Het is verbazingwekkend hoe vaak ik deze tekst heb horen aanhalen en vaak ook verkeerd heb horen aanhalen, zo van: ‘Er staat in de Bijbel dat wij grotere dingen dan Jezus gaan doen.’ Vaak wordt hierbij Mark16:17,18 betrokken.

Hen nu die geloven, zullen deze tekenen volgen: in mijn naam zullen zij demonen uitdrijven, in nieuwe talen zullen zij spreken, en met hun handen zullen zij slangen opnemen, en als zij iets dodelijks drinken, zal het hun geenszins schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen beter worden.

Lees ook vers 20 erbij, waar staat dat ‘de Heer meewerkte en het woord bevestigde door de tekenen die daarop volgden.’ Het gaat dus over de tekenen die predikers van het evangelie volgen. Dit zijn volgens Hand.2:43 en 5:12 de apostelen. Zij waren het die zieken genazen zodra zij hen de handen oplegden als ‘teken van de apostel’ (2Kor.12:12).

Terug naar Joh.14:12. Zie hier voor mijn bespreking van dit vers. Dit houdt samengevat in dat, omdat Jezus verheerlijkt is aan de rechterhand van God en op de troon van de Vader zit (Op.3:21), Hij bij machte is alle gelovigen op aarde te sterken en bij te staan door de Heilige Geest. Zij gaan uit in de wereld en doen grotere werken dan dat Hij in zijn eentje kon doen doordat zij over de hele aarde mensen tot Hem brengen. Dit zien we al in het boek Handelingen vervuld worden. Duizenden mensen worden daar toegevoegd aan de Heer. Jezus zet sinds zijn hemelvaart zijn werk voort, door middel van de gelovigen. Zij brengen zondaren tot de Zoon in de hemel en zo tot de Vader, samengevoegd tot één lichaam, iets dat in de tijd van Jezus nog niet mogelijk was, want ‘de Geest was er nog niet omdat Jezus nog niet verheerlijkt was’, Joh.7:39. Pas toen Jezus verheerlijkt was, werd het lichaam van Christus, de gemeente gevormd.

De discipel van Jezus is net zo één met Christus als Deze dat was met zijn Vader. Zijn werken verheerlijkten de Vader, onze werken verheerlijken Christus en de Vader. Het gaat dus weer om de verheerlijking van de Vader door middel van werken die we mogen doen in de naam van Jezus.

‘Grotere werken’ doen betekent dus niet dat iedere individuele gelovige meer zal gaan ‘presteren’ dan Jezus op het gebied van wonderen. Het betekent niet dat wij geroepen zijn de bediening van Jezus voort te zetten. Het is in de geschiedenis niet voorgekomen dat, bij één enkel persoon, meer wonderen en tekenen gebeurden, dan in het leven van Christus, die zoveel tekenen heeft verricht dat, volgens Johannes, de hele wereld nog niet eens de boeken zou kunnen bevatten die deze zouden kunnen beschrijven (Joh.21:25). Jezus genas massa’s zieken, blinden, verlamden etc. Hij wekte doden op, bestrafte de wind en de zee, vermenigvuldigde voedsel, liep op de zee etc. Geen gelovige kan beweren dat hij meer in zijn leven heeft gedaan aan wonderen dan de Heer Jezus.

Dit alles wil niet zeggen dat God niet kracht kan geven aan sommige gelovigen om op bepaalde momenten sommige dingen te doen die Jezus ook deed, zoals zieken genezen, demonen uitdrijven etc. God is almachtig en vrij om te doen hoe Hij het wil! Het kan voorkomen, maar leren dat iedere gelovige de ‘zalving’ zou moeten kennen, de Geest ‘op’ hem om zo de bediening van Jezus voort te zetten is niet waar. Het is een ongezond gebruik maken van Bijbelse begrippen en teksten. Het bewijst ook dat men de diepere zegen niet kent, de onzichtbare dingen, maar streeft naar de zichtbare dingen. Gods methode is het kruis, en niet de ervaring.