Dirk-Jan Jansen

Uitverkiezing

Als God alles weet van tevoren, heeft Hij dan ook alles van tevoren bepaald? Is alles wat er gebeurt, dus ook alle keuzes die mensen maken, van tevoren door God zo gepland? Als een mens kiest voor Christus, is het dan God die van eeuwigheid af heeft bepaald dat die mens zou gaan kiezen? Waar blijft dan onze vrijheid om te kiezen? Gelet op Rm9:18 lijkt het erop dat de Schrift deze richting op wijst: 

Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil. 

Waarom is de ene mens wel, en de ander schijnbaar niet door God uitverkoren? Of is het zo dat, omdat God al van tevoren weet wie er voor Hem kiezen, Hij die groep heet uitverkoren? Maar als God dat van tevoren weet, wat blijft er dan nog over van de ‘voorbestemming?’ Er valt dan immers niet meer te bestemmen….Wat dan met de volgende teksten te doen? 

Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. 5 In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil. Ef1:4 

Toen nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en verheerlijkten het woord des Heren; en allen, die bestemd waren ten eeuwigen leven, kwamen tot geloof. Hd13:48 

Het plan van God

Een ander woord is ‘raad.’ Hierbij gaat het om dat wat God van tevoren heeft ‘opgesteld.’ Zijn raad is soeverein. Zijn besluiten, voornemens, zijn wil is datgene wat binnen de godheid is ‘omhooggekomen’ met betrekking tot deze wereld. Deze ‘wil’ komt tot uitdrukking in het handelen van God met deze wereld. 

Door ons het geheimenis van zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen. Ef1:9 

De ‘raad’ is geopenbaard aan mensen (zie ook Am3:7). Paulus zegt hierover dat hij het niet had nagelaten om ‘de hele raad van God te verkondigen (Hd20:27).’ Deze raad heeft altijd betrekking op de Here Jezus Christus. Door Hem volvoert God zijn raad (2Ko1:20: Want hoevele beloften Gods er ook zijn, in Hem is het: Ja; daarom is ook door Hem het: Amen, tot eer van God door ons). Deze ‘raad’ van God is onveranderlijk. 

Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al mijn welbehagen doen. Js46:10

Wat God besloten heeft, moet gebeuren als het gaat om zijn plan. De Messias moest lijden, Hij moest opstaan, Hij moest opgenomen worden in de hemel etc. Dit plan van God houdt herstel in voor de mens, maar op de voorwaarde dat de mens zich bekeert. Gods raad wordt geëffectueerd aan diegenen die zich bekeren. 

En toen al het volk dit hoorde, en ook de tollenaars, hebben zij God gerechtvaardigd, daar zij met de doop van Johannes gedoopt waren. Maar de Farizeeën en de wetgeleerden verwierpen voor zichzelf de raad Gods, daar zij niet door hem gedoopt waren. Lc7:29-30 

Gods wegen

Gods plan zal uiteindelijk tot zijn bestemming en uitvoer komen. Maar langs welke wegen dit plan van God wordt bereikt, hangt af van de keuzes van de mens. De wegen van God zijn diens handelingen in de heilsgeschiedenis in voortdurende samenhang met de raad van God. De wegen zijn de keuzes van God om zijn eeuwige raad te verwezenlijken in reactie op de keuzes van mensen. God reageert op gebeurtenissen in de geschiedenis die het resultaat zijn van de vrije wil van mensen. Sommige gebeurtenissen liggen vast in de raad van God (het verraad, de overlevering en de kruisiging van Christus; Hd2:23), terwijl andere (het verraad van specifiek Judas) tot zijn wegen behoren. 

Het behoorde tot de raad van God dat Israël het beloofde land zou binnengaan. Het behoorde tot de wegen van God dat ze daar 40 jaar over deden vanwege hun ongehoorzaamheid. 

De grote vraag is nu: was de zondeval door God gewild, bepaald en besloten? Of wist God dit niet en heeft Hij hierop gereageerd met de verlossing? Behoort de verlossing tot de raad of tot de wegen van God? 

De Bijbel lijkt toch duidelijk te zeggen dat de verlossing tot de raad van God behoort (1Pt1:19v.; Hd2:23). Maar hoe zit dat met de zondeval? 

God laat soms dingen toe – dat is zijn toelatende wil –die Hij naar zijn aard niet wil – dat is zijn wensende wil – om daardoor langs een omweg toch aan zijn wensende wil gehoor te kunnen geven. Zo wenst God het heil voor de mens, maar laat soms de zonde toe om het heil te kunnen realiseren op een wijze die anders niet mogelijk zou zijn geweest. 

De uitverkiezing

Waarom worden sommigen gered en gaan anderen verloren? Dit heeft te maken met de eigen verantwoordelijkheid van de mens (men kiest niet voor het aanbod van genade) en met de soevereine beslissing van God (het geloof is een gave van God). 

Gods soevereine genade:

Alles wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, 

De verantwoordelijkheid van de mens: 

en wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Jh6:37

Een aantal stellingen:

De Bijbel spreekt nooit over een eeuwig besluit van verwerping. Dat God het hart van mensen verhard (Rm9:18) heeft altijd te maken met het feit dat die mensen eerst zelf bewust God hebben verworpen tot een ‘point of no return.’

De leer van de uitverkiezing gaat nooit ten koste van de wil van de mens om te kiezen.

De conclusie ten aanzien van de voorbestemming mogen niet op grond van logica zijn over begrippen. Dus: God heeft mensen voorbestemd tot behoud, DUS heeft Hij ook mensen voorbestemd tot het verderf. 

De teksten waar het om gaat: 

In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil. Ef1:5 

in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn wil. Ef1:11 

Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen. Rm8:29 

Hierbij moeten we goed bedenken dat ‘voorbestemming’ niet altijd gaat over een eeuwig behoud, maar om een positie; tot Zonen op aarde, tot een erfdeel op aarde en tot gelijkvormigheid aan zijn Zoon op aarde. Het is ook een voorbestemming ‘in Christus’ naar ‘het welbehagen van zijn wil.’ God heeft de gemeente uitverkoren om deze positie te bekleden voor God zelf. Het gaat niet om onze zegen, maar om de verheerlijking van God. 

De uitspraken van Jezus

Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. Mt22:14 

En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort. Mt24:22 

Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Lc18:7 

Uitverkorenen zijn altijd diegenen die gehoorzamen aan de oproep tot bekering. Gods volk is uitverkoren, maar als iemand dit aanbod weigert, is het diens eigen schuld dat hij verloren gaat. Goddelijke verkiezing en menselijke verantwoordelijkheid staan altijd naast elkaar. In Jh zien we dat een ieder die tot Jezus komt, is door de Vader aan Hem gegeven. Maar de mens moet wel willen (7:17)! 

Immers, dat gij, door God geliefde broeders, verkoren zijt, weten wij, omdat onze evangelieprediking niet slechts in woorden tot u gekomen is, maar ook in kracht en in de heilige Geest en in grote volheid; gij weet trouwens, hoedanigen wij bij u geweest zijn om uwentwil. En gij zijt navolgers geworden van ons en van de Here en gij hebt het woord onder zware verdrukking met blijdschap des heiligen Geestes aangenomen1Ts1:4-6 

Hier zien we tenslotte weer hetzelfde principe: Paulus en de zijnen ‘weten’ dat de groep Tessalonikers uitverkoren waren. Ze hadden immers het woord aangenomen. Dit aannemen gebeurde weer omdat het woord werd gebracht in de kracht van de heilige Geest. 

Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid. 2Ts2:13 

Het geloof in de waarheid is de verantwoordelijkheid van de mens. Dit blijft overeind staan. 

Nog even terug naar Hd13:48 

Toen nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en verheerlijkten het woord des Heren; en allen, die bestemd waren ten eeuwigen leven, kwamen tot geloof. Hd13:48 

Let op wat in vs. 46 wordt beschreven: 

Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig, dat eerst tot u het woord Gods werd gesproken, doch nu gij het verstoot en u het eeuwige leven niet waardig keurt, zie, nu wenden wij ons tot de heidenen. 

Als mensen het aanbod van God afwijzen, is het hun eigen verantwoordelijkheid dat ze verloren gaan. De ‘bestemden ten eeuwigen leven’, moesten wel tot geloof komen, dat is de boodschap aannemen.